Bladderen van de blaas: wist jij dit al? • Zuster-055
Bladderen van de blaas: wist jij dit al?

Bladderen van de blaas: wist jij dit al?

Wist jij dat bladderen officieel een handeling is vanaf mbo niveau 4? Lees alles over bladderen van de blaas, bladderscans, bevoegdheid, risico’s, scholing en de Wet BIG.

Bladderen: meer dan alleen een scan

“Kun jij even bladderen?”

Binnen veel zorgorganisaties is dit inmiddels een heel normale vraag geworden. Even de bladderscanner erbij pakken, wat gel op de onderbuik en kijken hoeveel urine er nog in de blaas zit. In de praktijk lijkt het soms een simpele handeling die “iedereen wel even kan doen”.

Maar wist jij dat bladderen officieel een handeling is vanaf mbo niveau 4?

Veel zorgverleners weten dit niet. Toch valt bladderen onder echografie en daarmee onder een heelkundige handeling. Volgens de landelijke kwalificatiedossiers hoort deze handeling officieel bij verpleegkundig niveau. In de praktijk zien we echter dat bladderen op veel werkplekken ook wordt uitgevoerd door Verzorgenden IG niveau 3.

Hoe zit dat precies? Waarom is deze handeling gekoppeld aan mbo niveau 4? Wat zijn de risico’s als het misgaat? En waarom is goede scholing zo ontzettend belangrijk?

In deze blog leggen we het uitgebreid uit.

Wat is bladderen eigenlijk?

Bladderen betekent het meten van de hoeveelheid urine die nog in de blaas aanwezig is. Dit gebeurt met behulp van een bladderscanner: een draagbaar echoapparaat dat via geluidsgolven een beeld van de blaas maakt.

Het apparaat berekent vervolgens hoeveel urine er nog in de blaas zit.

Eigenlijk lijkt het een beetje op de echo’s die tijdens een zwangerschap worden gemaakt, alleen wordt hierbij gekeken naar de blaas in plaats van naar een baby.

Met bladderen controleer je bijvoorbeeld:

  • of iemand de blaas goed leeg plast;
  • of er sprake is van urineretentie;
  • of katheteriseren nodig is;
  • of een katheter goed werkt;
  • of iemand na een operatie weer voldoende uitplast.

Bladderen kan dus ontzettend waardevolle informatie geven.

Waarom is bladderen belangrijk?

De blaas hoort zich normaal gesproken goed leeg te plassen. Soms lukt dat niet. Er blijft dan urine achter in de blaas. Dit noemen we urineretentie.

Een klein beetje resturine is meestal niet erg. Maar wanneer er grote hoeveelheden urine achterblijven, kunnen problemen ontstaan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • pijnklachten;
  • een opgezette onderbuik;
  • urineweginfecties;
  • incontinentie;
  • verwardheid bij ouderen;
  • schade aan de nieren;
  • overrekking van de blaas.

Juist daarom is het belangrijk om op tijd te signaleren wanneer iemand de blaas niet goed leeg plast.

Vroeger gebeurde dit vaak door:

  • observeren;
  • voelen aan de buik;
  • katheteriseren.

Tegenwoordig kan dit veel minder belastend met een bladderscan.

Voorbeeld vanuit de praktijk

Mevrouw De Vries, 84 jaar, is opgenomen na een heupoperatie. Na de operatie geeft ze aan dat ze wel wat heeft geplast, maar toch een drukgevoel in haar onderbuik ervaart.

Een zorgverlener besluit te bladderen.

De scan laat zien dat er nog ruim 700 ml urine in de blaas aanwezig is. Mevrouw blijkt dus ernstige retentie te hebben. Door snel te handelen kan verdere schade worden voorkomen.

In deze situatie is bladderen ontzettend waardevol.

Maar stel je eens voor dat de scan verkeerd wordt uitgevoerd of verkeerd geïnterpreteerd. Dan had men misschien gedacht dat de blaas leeg was, terwijl er juist sprake was van ernstige retentie.

En precies daar zit het belang van deskundigheid.

Het lijkt simpel… maar dat is het niet

Veel mensen denken:
“Je zet dat apparaat erop en er komt vanzelf een getal uit.”

Toch is bladderen veel meer dan dat.

De zorgverlener moet namelijk:

  • weten waar de blaas zich bevindt;
  • begrijpen hoe anatomie werkt;
  • weten hoe het apparaat werkt;
  • afwijkingen herkennen;
  • klinisch kunnen redeneren;
  • weten wanneer een uitslag betrouwbaar is.

Een bladderscan vraagt dus veel meer kennis dan veel mensen denken.

Hoe werkt een bladderscanner?

Een bladderscanner werkt met echografie.

Het apparaat zendt geluidsgolven het lichaam in. Deze golven weerkaatsen via de organen terug naar het apparaat. Op basis daarvan maakt het apparaat een afbeelding en berekent het de inhoud van de blaas.

De scanner wordt net boven het schaambeen geplaatst.

Vaak wordt gel gebruikt om goed contact met de huid te maken.

Het apparaat zoekt vervolgens de blaas op en berekent:

  • de hoogte;
  • breedte;
  • diepte;
  • inhoud van de blaas.

Daarna verschijnt een schatting van het blaasvolume op het scherm.

Wanneer wordt bladderen uitgevoerd?

Bladderen wordt in veel verschillende situaties gebruikt om te controleren of de blaas goed leeg plast en om eventuele urineretentie tijdig te signaleren.

Na een operatie

Na narcose of een ruggenprik kan de blaas tijdelijk minder goed functioneren. Hierdoor kan urine in de blaas achterblijven en retentie ontstaan.

Bij neurologische aandoeningen

Neurologische aandoeningen kunnen invloed hebben op de werking van de blaas. Denk bijvoorbeeld aan:

  • CVA;
  • Parkinson;
  • MS;
  • een dwarslaesie.

Na het verwijderen van een katheter

Bladderen kan gebruikt worden om te beoordelen of iemand na het verwijderen van een katheter weer zelfstandig voldoende kan uitplassen.

Bij plasklachten

Bij klachten zoals:

  • moeite met plassen;
  • persen tijdens het plassen;
  • buikpijn;
  • frequent kleine beetjes plassen;
  • nadruppelen.

Bij ouderen

Bij ouderen zijn klachten soms minder duidelijk zichtbaar. Retentie kan zich dan bijvoorbeeld uiten in:

  • onrust;
  • verwardheid;
  • agitatie;
  • vallen.

Wat kan er fout gaan?

En hier komt een belangrijk onderdeel. Want hoewel bladderen vaak “onschuldig” lijkt, kunnen er behoorlijk grote fouten ontstaan.

 

Verkeerde interpretatie

Een bladderscanner ziet niet letterlijk “urine”.

Het apparaat maakt een interpretatie van wat het ziet.

Soms kan het apparaat bijvoorbeeld:

  • darm;
  • ascites;
  • cystes;
  • zwangerschap;
  • vochtophoping;

aanzien voor urine.

Daardoor kan een foutieve uitslag ontstaan.

 

Onnodig katheteriseren

Wanneer een scan verkeerd geïnterpreteerd wordt, kan iemand onnodig gekatheteriseerd worden.

En katheteriseren is niet zonder risico.

Mogelijke complicaties:

  • urineweginfecties;
  • beschadiging van de urinewegen;
  • bloedingen;
  • pijn;
  • spasmen.

Een verkeerde scan kan dus leiden tot onnodige medische handelingen.

 

Retentie missen

Het tegenovergestelde kan ook gebeuren.

Een zorgverlener denkt dat de blaas leeg is, terwijl er wel degelijk sprake is van retentie.

Hierdoor kan iemand:

  • ernstige pijn krijgen;
  • nierschade oplopen;
  • een infectie ontwikkelen;
  • een overrekte blaas krijgen.

Daarom is klinisch redeneren zo belangrijk

Een bladderscan mag nooit los gezien worden van de situatie.

Je kijkt altijd naar:

  • klachten;
  • observaties;
  • vochtbalans;
  • medische voorgeschiedenis;
  • urineproductie;
  • medicatie.

Stel:
de scan zegt 50 ml, maar iemand heeft al 12 uur niet geplast én heeft buikpijn.

Dan moet er een alarmbel gaan rinkelen.

Dat is klinisch redeneren.

En juist dát is één van de redenen waarom bladderen gekoppeld is aan mbo niveau 4.

Wist jij dat bladderen officieel vanaf mbo niveau 4 is?

Veel zorgverleners weten dit niet. Toch is bladderen officieel gekoppeld aan mbo niveau 4 volgens de landelijke kwalificatiedossiers.

Waarom? Omdat bladderen onder echografie valt. En echografie wordt gezien als een heelkundige handeling.

Binnen de Wet BIG zijn heelkundige handelingen gekoppeld aan specifieke deskundigheidsniveaus.

Wat zijn kwalificatiedossiers eigenlijk?

Binnen het mbo-onderwijs in Nederland wordt gewerkt met landelijke kwalificatiedossiers.

Hierin staat:

  • welke kennis iemand moet hebben;
  • welke vaardigheden horen bij een beroep;
  • welke verantwoordelijkheden passend zijn;
  • welke handelingen geleerd worden.

Deze dossiers worden ontwikkeld door SBB.

 

Wat is SBB?

SBB betekent: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.

SBB werkt samen met:

  • scholen;
  • werkgevers;
  • overheid;
  • beroepsgroepen.

Samen bepalen zij wat een student moet leren binnen een opleiding.

Iedere vier jaar worden deze dossiers herzien. Wat op dat moment in het kwalificatiedossier staat, geldt als landelijke richtlijn.

Waarom valt bladderen onder mbo niveau 4?

Bij bladderen komt veel meer kijken dan alleen het bedienen van een apparaat. Een zorgverlener moet namelijk niet alleen een scan kunnen uitvoeren, maar ook begrijpen wat er daadwerkelijk zichtbaar is en wat dit betekent voor de zorgvrager.

Daarbij spelen verschillende vaardigheden een belangrijke rol, zoals:

  • kennis van de anatomie;
  • het interpreteren van echo’s;
  • het herkennen van afwijkingen;
  • het inschatten van risico’s;
  • klinisch redeneren;
  • zelfstandig beslissingen nemen.

Juist omdat deze combinatie van kennis en inzicht nodig is, hoort bladderen officieel bij verpleegkundig niveau.

 

Waarom voeren Verzorgenden IG deze handeling dan toch vaak uit?

In de praktijk ontstaat hierover regelmatig verwarring. Op veel werkplekken zien we namelijk dat Verzorgenden IG bladderen uitvoeren.

Dit komt vaak doordat zorgorganisaties intern andere afspraken maken. Bijvoorbeeld:

  • vanwege personeelstekorten;
  • omdat medewerkers veel ervaring hebben;
  • na aanvullende interne scholing;
  • om de zorg praktisch uitvoerbaar te houden.

Dat mag in Nederland ook.

Toch betekent dit niet automatisch dat de landelijke richtlijnen veranderen. De officiële bevoegdheidsstructuur blijft bestaan, ook wanneer organisaties intern andere werkafspraken maken.

 

Het verschil tussen bevoegd, bekwaam en inzetbaar

Binnen de zorg worden de begrippen bevoegd, bekwaam en inzetbaar regelmatig door elkaar gehaald. Toch betekenen ze allemaal iets anders.

Bevoegd

Bevoegd betekent dat een handeling officieel binnen jouw deskundigheidsgebied valt volgens opleiding, wetgeving en landelijke richtlijnen.

Bekwaam

Bekwaam betekent dat je een handeling veilig, deskundig en verantwoord kunt uitvoeren.

Inzetbaar

Inzetbaar betekent dat een organisatie ervoor kiest om een medewerker intern bepaalde handelingen te laten uitvoeren.

 

Waarom is dit verschil zo belangrijk?

Een zorgverlener kan:

  • technisch goed kunnen bladderen;
  • interne scholing hebben gevolgd;
  • dagelijks ervaring hebben opgedaan;

maar officieel toch buiten het oorspronkelijke deskundigheidsgebied werken.

En juist dát wordt belangrijk wanneer er iets misgaat.

 

Wat gebeurt er wanneer een complicatie ontstaat?

Wanneer er tijdens of na een handeling problemen ontstaan, wordt altijd gekeken naar meerdere factoren, zoals:

  • bevoegdheid;
  • bekwaamheid;
  • gevolgde scholing;
  • protocollen;
  • gemaakte afwegingen.

Stel dat een verkeerde interpretatie van een bladderscan leidt tot schade bij een zorgvrager. Dan kunnen vragen ontstaan zoals:

  • Was de medewerker bevoegd om deze handeling uit te voeren?
  • Was er voldoende scholing aanwezig?
  • Zijn protocollen gevolgd?
  • Handelde de medewerker deskundig en verantwoord?

Daarom is goede scholing ontzettend belangrijk.

 

Goede scholing maakt écht verschil

Bladderen vraagt meer dan alleen technische handigheid. Een zorgverlener moet beschikken over:

  • kennis;
  • inzicht;
  • observatievermogen;
  • klinisch redeneren;
  • verantwoord handelen.

Een goede scholing helpt zorgverleners om:

  • veilig te werken;
  • complicaties tijdig te herkennen;
  • grenzen te kennen;
  • kritisch te blijven nadenken;
  • verantwoord beslissingen te nemen.

En misschien nog wel het belangrijkste:
weten wanneer je hulp moet inschakelen.

 

Durf ook nee te zeggen

Binnen de zorg voelen medewerkers soms druk om handelingen “gewoon even” uit te voeren. Toch hoort veilig werken ook bij professioneel handelen.

Dat betekent:

  • je eigen grenzen kennen;
  • durven twijfelen;
  • hulp vragen wanneer nodig;
  • en soms ook nee durven zeggen.

Dat is geen zwakte.
Dat is juist professioneel en verantwoord handelen.

Conclusie

Bladderen lijkt misschien een eenvoudige handeling, maar in werkelijkheid vraagt het veel deskundigheid.

Volgens de landelijke kwalificatiedossiers en de Wet BIG valt bladderen onder mbo niveau 4, omdat het gekoppeld is aan echografie en daarmee aan een heelkundige handeling.

Toch zien we in de praktijk dat bladderen regelmatig uitgevoerd wordt door Verzorgenden IG niveau 3. Organisaties mogen hierin interne afspraken maken, maar dat verandert niet automatisch de officiële bevoegdheidsstructuur.

Juist daarom blijven:

  • goede scholing;
  • klinisch redeneren;
  • veilige werkwijzen;
  • bewust handelen;

ontzettend belangrijk.

Want uiteindelijk draait goede zorg niet om “of je het wel eens gedaan hebt”, maar om veilig, deskundig en verantwoord handelen.

Bronnen, referenties

  • Rijksoverheid. (z.d.). Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Geraadpleegd op 28 mei 2026, van https://www.rijksoverheid.nl
  • SBB. (2022). Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo niveau 4. Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.
  • SBB. (2022). Kwalificatiedossier Verzorgende IG mbo niveau 3. Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven.
  • Vilans. (z.d.). Voorbehouden en risicovolle handelingen. Geraadpleegd op 28 mei 2026, van https://www.vilans.nl
  • V&VN. (z.d.). Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden. Geraadpleegd op 28 mei 2026, van https://www.venvn.nl
  • World Health Organization. (2009). WHO guidelines on hand hygiene in health care. WHO Press.
Terug naar overzicht