Bij bladderen komt veel meer kijken dan alleen het bedienen van een apparaat. Een zorgverlener moet namelijk niet alleen een scan kunnen uitvoeren, maar ook begrijpen wat er daadwerkelijk zichtbaar is en wat dit betekent voor de zorgvrager.
Daarbij spelen verschillende vaardigheden een belangrijke rol, zoals:
- kennis van de anatomie;
- het interpreteren van echo’s;
- het herkennen van afwijkingen;
- het inschatten van risico’s;
- klinisch redeneren;
- zelfstandig beslissingen nemen.
Juist omdat deze combinatie van kennis en inzicht nodig is, hoort bladderen officieel bij verpleegkundig niveau.
Waarom voeren Verzorgenden IG deze handeling dan toch vaak uit?
In de praktijk ontstaat hierover regelmatig verwarring. Op veel werkplekken zien we namelijk dat Verzorgenden IG bladderen uitvoeren.
Dit komt vaak doordat zorgorganisaties intern andere afspraken maken. Bijvoorbeeld:
- vanwege personeelstekorten;
- omdat medewerkers veel ervaring hebben;
- na aanvullende interne scholing;
- om de zorg praktisch uitvoerbaar te houden.
Dat mag in Nederland ook.
Toch betekent dit niet automatisch dat de landelijke richtlijnen veranderen. De officiële bevoegdheidsstructuur blijft bestaan, ook wanneer organisaties intern andere werkafspraken maken.
Het verschil tussen bevoegd, bekwaam en inzetbaar
Binnen de zorg worden de begrippen bevoegd, bekwaam en inzetbaar regelmatig door elkaar gehaald. Toch betekenen ze allemaal iets anders.
Bevoegd
Bevoegd betekent dat een handeling officieel binnen jouw deskundigheidsgebied valt volgens opleiding, wetgeving en landelijke richtlijnen.
Bekwaam
Bekwaam betekent dat je een handeling veilig, deskundig en verantwoord kunt uitvoeren.
Inzetbaar
Inzetbaar betekent dat een organisatie ervoor kiest om een medewerker intern bepaalde handelingen te laten uitvoeren.
Waarom is dit verschil zo belangrijk?
Een zorgverlener kan:
- technisch goed kunnen bladderen;
- interne scholing hebben gevolgd;
- dagelijks ervaring hebben opgedaan;
maar officieel toch buiten het oorspronkelijke deskundigheidsgebied werken.
En juist dát wordt belangrijk wanneer er iets misgaat.
Wat gebeurt er wanneer een complicatie ontstaat?
Wanneer er tijdens of na een handeling problemen ontstaan, wordt altijd gekeken naar meerdere factoren, zoals:
- bevoegdheid;
- bekwaamheid;
- gevolgde scholing;
- protocollen;
- gemaakte afwegingen.
Stel dat een verkeerde interpretatie van een bladderscan leidt tot schade bij een zorgvrager. Dan kunnen vragen ontstaan zoals:
- Was de medewerker bevoegd om deze handeling uit te voeren?
- Was er voldoende scholing aanwezig?
- Zijn protocollen gevolgd?
- Handelde de medewerker deskundig en verantwoord?
Daarom is goede scholing ontzettend belangrijk.
Goede scholing maakt écht verschil
Bladderen vraagt meer dan alleen technische handigheid. Een zorgverlener moet beschikken over:
- kennis;
- inzicht;
- observatievermogen;
- klinisch redeneren;
- verantwoord handelen.
Een goede scholing helpt zorgverleners om:
- veilig te werken;
- complicaties tijdig te herkennen;
- grenzen te kennen;
- kritisch te blijven nadenken;
- verantwoord beslissingen te nemen.
En misschien nog wel het belangrijkste:
weten wanneer je hulp moet inschakelen.
Durf ook nee te zeggen
Binnen de zorg voelen medewerkers soms druk om handelingen “gewoon even” uit te voeren. Toch hoort veilig werken ook bij professioneel handelen.
Dat betekent:
- je eigen grenzen kennen;
- durven twijfelen;
- hulp vragen wanneer nodig;
- en soms ook nee durven zeggen.
Dat is geen zwakte.
Dat is juist professioneel en verantwoord handelen.