Gebruik van de opzuignaald: wanneer wel en wanneer niet? • Zuster-055
Gebruik van de opzuignaald: wanneer wel en wanneer niet?

Gebruik van de opzuignaald: wanneer wel en wanneer niet?

De blog legt uit wanneer het gebruik van een opzuignaald verplicht is (bij etsende vloeistoffen, klaarmaken buiten de kamer of bij ampullen met glassplinters) en wanneer dit niet nodig is. Het doel is veiligheid voor zorgverlener en cliënt, met duidelijke richtlijnen om fouten en risico’s te voorkomen.

Injecteren is een van de meest uitgevoerde verpleegtechnische handelingen in de zorg. Als zorgverlener krijg je er bijna dagelijks mee te maken: insuline, antibiotica, pijnstillers, vaccins of vitamines. Een essentieel onderdeel van deze handeling is het voorbereiden van de injectie.

Maar dan komt de vraag: gebruik je hiervoor een opzuignaald of mag je dezelfde naald gebruiken waarmee je later ook injecteert?

Deze vraag lijkt klein, maar heeft in de praktijk grote gevolgen: voor de veiligheid van de zorgverlener, de kwaliteit van de medicatie én het comfort van de cliënt.

Wat is een opzuignaald?

Een opzuignaald is een speciale naald die gebruikt wordt om vloeistof uit een ampul of flacon op te trekken in de injectiespuit. Deze naalden zijn:

  • dikker (diameter 0,9–1,2 mm), zodat vloeistof makkelijker opgezogen kan worden,

  • langer (38–50 mm), zodat je tot de bodem van de ampul of flacon komt,

  • vaak voorzien van een stompe punt of filter om de veiligheid te vergroten.

Belangrijk: de opzuignaald is niet bedoeld om mee te injecteren.

Opzuignaald

Waarom een aparte naald?

Het gebruik van een opzuignaald heeft meerdere voordelen:

  1. Veiligheid van de zorgverlener
    Bij bijtende of etsende vloeistoffen (bijvoorbeeld cytostatica of bepaalde antibiotica) is het veiliger om een aparte, dikke naald te gebruiken die minder spuitdruk geeft bij morsen.

  2. Bescherming van de cliënt

    • Een injectienaald wordt na het optrekken van medicatie botter. Injecteren met een botte naald is pijnlijker.

    • Bij glazen ampullen kunnen kleine glassplinters in de vloeistof terechtkomen. Een opzuignaald met filter houdt deze tegen.

  3. Hygiëne en protocol
    Bij klaarmaken van injecties buiten de kamer van de cliënt (bijvoorbeeld in een medicijnruimte) is een aparte opzuignaald verplicht. Je vervangt die voor een nieuwe injectienaald voordat je gaat toedienen.

Wanneer gebruik je wél een opzuignaald?

Volgens de richtlijnen gebruik je een opzuignaald in de volgende situaties:

  1. Bij etsende of bijtende vloeistoffen die absoluut niet in contact met de huid mogen komen, zoals:

    • cytostatica,

    • bepaalde antibiotica,

    • ijzerpreparaten,

    • fenytoïne,

    • theofylline,

    • Tauredon,

    • hepatitis B-vaccin.

  2. Als de injectie niet direct bij de cliënt wordt klaargemaakt, maar bijvoorbeeld in de medicijnruimte. Je gebruikt dan de opzuignaald om de vloeistof op te trekken, en verwisselt die voor een schone injectienaald voordat je naar de cliënt gaat.

  3. Bij glazen ampullen. Gebruik bij voorkeur een opzuignaald met filter, zodat eventuele glassplinters niet mee de spuit in gaan.

  4. Bij moeilijk oplosbare medicatie met risico op kristallen of partikels, bijvoorbeeld stollingsfactoren.

Wanneer gebruik je géén opzuignaald?

Je hebt ook veel situaties waarin een opzuignaald níet nodig is:

  • Als je de injectie direct bij de cliënt klaarmaakt én toedient.

  • Bij kant-en-klare injecties (prefilled syringes of kant-en-klare pennen).

  • Bij medicatie die niet etsende of bijtend is en waarbij geen risico is op glassplinters.

Kort gezegd: maak je het direct klaar aan het bed en dien je het meteen toe, dan mag je dezelfde naald gebruiken.

Veilige opzuignaalden

Ook opzuignaalden zijn tegenwoordig beschikbaar in een veilige variant.

  • Stomp afgeslepen naald (slijping van 40°) → scherp genoeg voor rubber, maar niet voor huid.

  • Filteropzuignaald → houdt partikels en glassplinters tegen.

  • Flexibele filternaalden → speciaal voor stollingsfactoren of delicate vloeistoffen.

Combinatie met veiligheidsnaalden

Sinds 2013 is het in Nederland verplicht om veiligheidsnaalden te gebruiken. Deze hebben een ingebouwd beschermmechanisme dat prikaccidenten voorkomt.

Voor opzuignaalden geldt:

  • Ze worden alleen gebruikt voor het optrekken, daarna direct verwijderd.

  • Injecteren doe je altijd met een nieuwe, veilige injectienaald.

Risico’s van verkeerd gebruik

  • Voor de cliënt

    • Pijnlijkere injecties door botte naalden.

    • Risico op glassplinters of kristallen → ontstekingen of weefselschade.

  • Voor de zorgverlener

    • Risico op morsen bij etsende stoffen.

    • Meer kans op prikaccidenten bij onnodig wisselen of recappen.

  • Organisatorisch

    • Afwijken van protocol → aansprakelijkheidsrisico.

    • Kans op verwarring in het team (“de één doet het zo, de ander zo”).

Praktijkvoorbeeld

Tijdens een training merkte ik dat een verzorgende IG altijd een opzuignaald gebruikte, ook bij insuline-injecties die direct aan het bed werden klaargemaakt. Haar reden: “Zo heb ik het ooit geleerd.” In werkelijkheid zorgde dit voor onnodig naaldgebruik en kans op verwarring.

Na uitleg over de richtlijnen besefte ze dat een opzuignaald alleen bij specifieke situaties nodig is. Sindsdien werkt ze sneller, veiliger en met minder materiaal.

Veelgestelde vragen

Moet ik bij insuline een opzuignaald gebruiken?
→ Nee, insuline wordt meestal geleverd in pennen of kant-en-klare patronen. Geen opzuignaald nodig.

Wat als mijn apotheek geen veilige opzuignaalden levert?
→ Geef dit aan bij de apotheek. Volgens de richtlijnen moet veilig materiaal beschikbaar zijn.

Waarom zijn opzuignaalden dikker?
→ Om vloeistof makkelijker en sneller op te trekken.

Wat doe ik met de opzuignaald na gebruik?
→ Direct in de naaldencontainer. Nooit opnieuw gebruiken.

Tips voor zorgverleners

  • Check altijd: maak ik de injectie direct klaar bij de cliënt? Zo ja → geen opzuignaald.

  • Gebruik opzuignaalden met filter bij ampullen of kristallijne medicatie.

  • Gooi gebruikte opzuignaalden altijd direct weg in de container.

  • Werk volgens de protocollen van je organisatie én de landelijke richtlijnen.

  • Volg regelmatig scholing → protocollen veranderen!

Conclusie

Het gebruik van een opzuignaald is geen automatisme, maar een bewuste keuze afhankelijk van de situatie.

  • Wel gebruiken bij etsende vloeistoffen, bij klaarmaken buiten de kamer, of bij risico op glassplinters of kristallen.

  • Niet nodig bij directe toediening aan het bed met niet-bijtende medicatie of kant-en-klare injecties.

Het doel is altijd hetzelfde: veiligheid voor zowel cliënt als zorgverlener. Door kritisch te kijken wanneer een opzuignaald écht nodig is, werken we veiliger, efficiënter en volgens de richtlijnen.

Bronnen, referenties

  1. Abrahamse, C. A. (2011). Verpleegtechnische handelingen, niveau 4. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.

  2. Mraz, M. A. I., Thomas, C., & Rajcan, L. (2018). Intramuscular injection CLIMAT pathway: A clinical practice guideline. British Journal of Nursing, 27(13), 752–756.

  3. Workman, B. (1999). Safe injection techniques. Nursing Standard, 13(39), 47–53.

  4. RIVM. (2022). LCI-richtlijnen prikaccidenten. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. https://lci.rivm.nl

  5. Zuster-055. (2019). Gebruik opzuignaald. Geraadpleegd van https://zuster055.nl/

Terug naar overzicht