1. Geen stabiele zijligging meer als standaard
De stabiele zijligging was jarenlang één van de bekendste EHBO-technieken. In bijna alle cursussen werd geleerd: zodra iemand bewusteloos is maar nog ademt, draai je diegene op de zij. Dat leek logisch. Het zou voorkomen dat iemand zou stikken als hij moest braken en zorgde ervoor dat de luchtweg open bleef.
Wat deden we vroeger?
Als iemand bewusteloos was maar zelf ademde, deden we bijna altijd het volgende:
-
We draaiden de persoon op de zij.
-
We zorgden dat het hoofd iets achterover lag.
-
We controleerden regelmatig de ademhaling.
Dit werd gezien als de veiligste positie, maar uit nieuwe inzichten blijkt dat dit niet altijd zo is.
Wat zegt de nieuwe richtlijn?
In 2025 verandert dit. De nieuwe richtlijn is duidelijk en kiest voor eenvoud én veiligheid:
-
Laat iemand die bewusteloos is liever op de rug liggen.
-
Observeer de ademhaling goed en continu.
-
Draai alleen naar de zij als er echt risico is op braken of verslikken.
De rugligging wordt dus de nieuwe standaard.
Waarom verandert dit?
De verandering heeft drie belangrijke redenen:
1. Het is soms moeilijk te zien of iemand echt normaal ademt
Veel mensen in een beginnende hartstilstand hebben nog zogenaamde “gaspende” ademhaling. Dit lijkt op ademen, maar is het niet. Het is een teken dat het hart stopt of al gestopt is.
Wanneer iemand op de zij ligt, is het lastiger om:
-
de borstbewegingen te zien
-
het verschil tussen normale en abnormale ademhaling te herkennen
-
snel actie te ondernemen als de ademhaling verandert
Door iemand op de rug te laten liggen, zie je sneller dat er iets misgaat.
2. Minder handelingen = sneller reageren
Het draaien van een bewusteloos persoon kost tijd en energie. Hoe minder handelingen je hoeft te doen, hoe sneller jij of een collega kunt focussen op wat nodig is.
Sneller handelen vergroot de kans op overleven.
3. Eenvoud en duidelijkheid
Veel mensen, vooral zonder medische achtergrond, vonden de stabiele zijligging ingewikkeld. De beweging moest precies goed worden uitgevoerd en voelde soms onveilig.
Door te kiezen voor rugligging wordt het voor iedereen eenvoudiger en duidelijker.
Wat betekent dit in de praktijk?
Voor zorgmedewerkers, BHV’ers en burgerhulpverleners betekent dit:
-
In trainingen komt meer aandacht voor het herkennen van normale en abnormale ademhaling.
-
De stabiele zijligging blijft bestaan, maar wordt alleen toegepast wanneer dat echt nodig is.
-
Protocollen binnen organisaties moeten worden aangepast aan de nieuwe richtlijn.
-
De basishouding bij bewusteloosheid wordt: plat op de rug, open luchtweg, ademhaling controleren.
Deze verandering maakt hulpverlenen niet alleen eenvoudiger, maar ook veiliger.
2. Een harde ondergrond heeft geen prioriteit meer
Een tweede belangrijke verandering gaat over de ondergrond waarop je reanimeert. Lange tijd werd geleerd dat je iemand eerst naar een harde ondergrond moest verplaatsen, omdat compressies anders niet diep genoeg zouden zijn. Ziekenhuizen gebruikten speciale backboards en in zorginstellingen werd soms veel moeite gedaan om iemand eerst naar de grond te tillen of schuiven.
Wat deden we vroeger?
-
We probeerden iemand altijd naar een harde ondergrond te krijgen.
-
In een bed werd het hoofdeinde plat gelegd en een backboard geplaatst.
-
Soms werd iemand van het bed getild of geschoven, vaak met meerdere hulpverleners.
Dit kostte tijd en vergrootte de kans op onveilig tillen of vallen.
Wat zegt de nieuwe richtlijn?
Vanaf 2025 is de instructie helder:
- Start direct met borstcompressies, ongeacht de ondergrond.
- Ga niet eerst verplaatsen.
Waarom is dit zo belangrijk?
Er zijn drie belangrijke redenen:
1. Tijd is levensreddend
Elke minuut zonder compressies vermindert de overlevingskans met 7–10%. Het verplaatsen naar een harde ondergrond kost kostbare tijd. De richtlijn kiest daarom voor snelheid: start meteen.
2. Onderzoek laat zien dat het verschil klein is
Nieuwe onderzoeken tonen aan dat reanimeren op een zacht matras of zachte ondergrond nauwelijks invloed heeft op de kwaliteit van compressies. Moderne matrassen zijn steviger en AED’s werken ook zonder problemen.
Het kleine kwaliteitsverschil weegt niet op tegen het tijdverlies.
3. Veiligheid van hulpverleners
Het verplaatsen van een bewusteloze persoon is belastend. Het kan leiden tot:
Daarom zegt de richtlijn: start waar je bent en houd de situatie veilig.
Wat betekent dit voor jou?
Voor de praktijk betekent dit onder meer:
-
In zorginstellingen mag je gewoon beginnen met reanimeren op het bed.
-
Backboards zijn niet langer nodig.
-
BHV-trainingen moeten oefenen op zachte ondergronden.
-
De focus ligt op direct handelen en geen tijd verliezen.
Hierdoor wordt reanimeren sneller, eenvoudiger en veiliger voor iedereen.
3. Meer aandacht voor nazorg en begeleiding
De derde grote verandering in de reanimatierichtlijn van 2025 heeft te maken met wat er gebeurt na een reanimatie. Dit onderwerp kreeg jarenlang te weinig aandacht, maar vanaf nu wordt nazorg een vast onderdeel van de keten van overleving.
De richtlijn benadrukt dat reanimatie niet stopt wanneer de hartslag terugkomt. Het herstel daarna is minstens zo belangrijk als de acute fase.
Waarom is nazorg zo belangrijk?
Er zijn twee grote groepen voor wie nazorg belangrijk is: de patiënt en de hulpverleners.
1. Overlevenden hebben vaak blijvende klachten
Mensen die een reanimatie overleven, kunnen last krijgen van:
Zonder goede begeleiding kunnen deze klachten lang aanhouden en veel invloed hebben op de kwaliteit van leven.
2. Ook hulpverleners ervaren soms klachten
Niet alleen de patiënt, maar ook de zorgmedewerker of burgerhulpverlener kan last krijgen van:
-
slaapproblemen
-
herbelevingen
-
schuldgevoelens
-
stress of overprikkeling
Het meemaken van een reanimatie kan zwaar zijn. Door nazorg is de kans kleiner dat iemand vastloopt of langdurige klachten ontwikkelt.
Wat adviseert de nieuwe richtlijn?
De richtlijn geeft duidelijke stappen voor goede nazorg:
-
Patiënt en familie krijgen uitleg, informatie en begeleiding.
-
De patiënt wordt onderzocht op neurologische en cognitieve problemen.
-
Er is aandacht voor psychosociale nazorg voor alle hulpverleners.
-
Revalidatie, herstel en re-integratie worden actief georganiseerd.
-
De communicatie tussen ziekenhuis, huisarts, thuiszorg en familie moet beter verlopen.
Nazorg hoort nu standaard bij goede reanimatiezorg.
Wat betekent dit voor zorgorganisaties?
Voor organisaties zoals Zuster-055 betekent dit:
-
Protocollen moeten een duidelijke nazorgstap bevatten.
-
Na een reanimatie wordt een debriefing standaard.
-
Medewerkers moeten ondersteuning krijgen.
-
Familie en patiënt worden actief geïnformeerd over herstel.
-
Vervolgzorg en revalidatie worden goed afgestemd.
Dit zorgt voor betere zorg én minder belasting voor medewerkers.
Conclusie
De reanimatierichtlijn van 2025 brengt drie belangrijke veranderingen: