Het open deuren beleid in de zorg, hoe gaat het nu met • Zuster-055
Het open deuren beleid in de zorg, hoe gaat het nu met

Het open deuren beleid in de zorg, hoe gaat het nu met

Het open deuren beleid geeft cliënten meer vrijheid en bescherming volgens de Wet zorg en dwang, met aandacht voor veiligheid en individuele zorg.

In veel verpleeghuizen en andere zorginstellingen wordt tegenwoordig gewerkt met een open deuren beleid. Dit betekent dat deuren zoveel mogelijk open blijven en dat cliënten vrij kunnen bewegen. Voor veel zorgverleners is dit een grote verandering. Vroeger waren deuren vaker gesloten, vooral bij bewoners met dementie of bij cliënten die konden gaan dwalen. Nu is het uitgangspunt anders. De Wet zorg en dwang (Wzd) zegt dat mensen zo veel mogelijk vrijheid moeten hebben. Deurbeleid moet daarom altijd goed worden onderbouwd en passen bij de rechten van de cliënt.

Dit roept belangrijke vragen op. Hoe werkt het open deuren beleid precies. En wanneer mag een deur nog wél op slot. Hoe ga je om met risico’s. En wat betekent dit voor cliënten, familie en zorgprofessionals.

Wat is het opendeuren beleid

Het open deuren beleid betekent dat deuren standaard open blijven, tenzij er een goede reden is om ze te sluiten. Het gaat vooral om deuren van afdelingen waar cliënten met dementie wonen en om deuren naar buiten. De gedachte achter dit beleid is dat mensen met geheugenproblemen of een verstandelijke beperking nog steeds recht hebben op vrijheid, beweging en zelfstandigheid.

Een open deuren beleid sluit aan bij het idee dat een verpleeghuis een woonomgeving is. Het is geen gevangenis of streng gecontroleerde instelling. Cliënten moeten kunnen rondlopen, naar buiten kunnen gaan of een andere afdeling bezoeken. Natuurlijk moet dat wel veilig kunnen.

Vrijheid is het uitgangspunt

Bij een open deuren beleid geldt altijd het principe: vrijheid tenzij er een goede reden is om dit te beperken. Dat betekent dat een deur niet standaard dicht mag zijn vanwege gemak of omdat personeel bang is dat iemand kan weglopen. Elke beperking moet passen bij de individuele cliënt.

De Wet zorg en dwang

De Wet zorg en dwang (Wzd) is een belangrijke wet voor iedereen die werkt met mensen met dementie of een verstandelijke beperking. De Wzd zorgt ervoor dat cliënten niet zomaar worden beperkt in hun vrijheid. Dit geldt ook voor deuren die op slot zijn.

Wat is onvrijwillige zorg

Volgens de Wzd is er sprake van onvrijwillige zorg wanneer een cliënt of vertegenwoordiger geen toestemming geeft of wanneer de zorg een vorm van vrijheidsbeperking is. Een deur op slot valt daar bijna altijd onder. Ook als het om de veiligheid van bewoners gaat, wordt een gesloten deur nog steeds gezien als een vrijheidsbeperking.

Voorbeelden van onvrijwillige zorg zijn:

  • een deur sluiten zodat iemand niet wegloopt

  • iemand tegenhouden wanneer die naar buiten wil

  • medicatie geven om gedrag te beïnvloeden

  • iemand fixeren of bedhekken gebruiken

Daarom moet een zorgorganisatie altijd goed kunnen uitleggen waarom een deur eventueel tóch gesloten moet worden.

Waarom de Wzd kiest voor meer vrijheid

De Wzd stimuleert zorgorganisaties om zo weinig mogelijk vrijheidsbeperking in te zetten. Vroeger was het normaal dat afdelingen standaard dicht waren. Nu moet een organisatie bewijzen dat een beperking nodig is. De wet draait het dus om. Niet de cliënt moet aantonen dat een deur open mag. De zorg moet aantonen waarom een deur dicht zou moeten. Dat maakt een groot verschil.

Waarom opendeuren belangrijk zijn

Het open deuren beleid biedt veel voordelen voor cliënten. Voor mensen met dementie is beweging heel belangrijk. Het vermindert spanning, geeft structuur aan de dag en helpt om prikkels kwijt te raken. Ook voor mensen met een verstandelijke beperking of NAH kan bewegingsvrijheid bijdragen aan een beter gevoel van eigen regie.

Bewegen geeft rust

Veel cliënten ervaren minder onrust wanneer ze kunnen lopen. Een gesloten deur zorgt soms juist voor stress en boosheid. Het idee dat je ergens niet doorheen mag, kan angst of frustratie oproepen. Door de deur open te laten, ontstaat meer ontspanning.

Meer kwaliteit van leven

Vrijheid hoort bij menselijkheid. Door open deuren voelen cliënten zich meer thuis. Ze kunnen:

  • buitenlucht ervaren

  • andere bewoners ontmoeten

  • zelf keuzes maken

  • meer eigen regie ervaren

Dit alles draagt bij aan een hogere kwaliteit van leven.

Een huiselijke omgeving

Een open deur past bij een omgeving waar mensen wonen in plaats van verblijven. De sfeer wordt minder institutioneel. Bezoekers voelen zich welkom. Familie ervaart minder afstand tot hun naaste. Ook voor zorgverleners kan het prettig zijn. De afdeling krijgt een open atmosfeer en voelt minder gesloten.

Risico's en dillema's

Natuurlijk roept een open deuren beleid zorgen op. Vooral de vraag: Wat als iemand wegloopt en in gevaar komt? Dit is een begrijpelijke angst. Zorgverleners willen cliënten veilig houden en voelen zich verantwoordelijk wanneer iets misgaat. Het is dus belangrijk om risico’s goed te bespreken en te beheersen.

Weglopen is niet altijd gevaarlijk

Veel cliënten willen alleen even lopen, lucht krijgen of iets zoeken dat ze kwijt zijn. Ze gaan niet altijd “verkeerd” weg. Soms komen mensen vanzelf terug. Soms worden zij aangesproken door buurtbewoners die hen kennen. Toch kunnen er wél gevaarlijke situaties ontstaan.

Voorbeelden van risico’s:

  • iemand loopt een drukke weg op

  • iemand verdwaalt en raakt in paniek

  • iemand gaat een gevaarlijke omgeving in

  • iemand gaat bij slecht weer naar buiten zonder jas

Daarom is een open deuren beleid nooit hetzelfde als geen toezicht.

Risico’s leren inschatten

Binnen de Wzd is het belangrijk dat risico’s per cliënt worden beoordeeld. De ene persoon kan prima naar buiten, de andere loopt gevaar zonder begeleiding. Dit vraagt om:

  • observatie

  • kennis van gedrag

  • overleg met familie en collega’s

  • bespreken van eerdere incidenten

  • een zorgvuldige risicoanalyse

Het doel is dat cliënten zoveel mogelijk vrijheid krijgen, maar wel op een manier die verantwoord is.

Hoe voer je een opendeuren beleid goed uit

Een open deuren beleid betekent niet dat deuren altijd wagenwijd openstaan zonder toezicht. Het betekent dat deuren open zijn, maar dat er passende maatregelen zijn om veiligheid en vrijheid te combineren.

Hieronder lees je hoe dit er in de praktijk uit kan zien.

Zorgtechnologie gebruiken

Steeds meer zorginstellingen gebruiken technologie om vrijheid en veiligheid samen te laten gaan. Denk aan:

  • dwaaldetectie

  • gps-trackers

  • sensoren

  • leefcirkels

  • cameratoezicht in gemeenschappelijke ruimtes

Door technologie in te zetten, kunnen cliënten zich vrij bewegen terwijl zorgverleners toch alert zijn wanneer iemand risico loopt.

Leefcirkels als hulpmiddel

Leefcirkels zijn zones waarin cliënten vrij kunnen bewegen. Sommige cliënten mogen naar buiten. Andere mogen alleen binnen rondlopen. Dit wordt allemaal individueel bepaald. Ook leefcirkels vallen onder de Wzd en moeten worden verantwoord wanneer ze vrijheid beperken.

Goede communicatie met familie

Een open deuren beleid vraagt uitleg aan familie. Niet iedereen voelt zich prettig bij het idee dat hun naaste zelfstandig naar buiten kan. Sommige families zijn bang dat de zorg minder veilig wordt. Daarom is open, duidelijke communicatie nodig. Bespreek:

  • waarom de deuren open zijn

  • hoe risico’s worden beoordeeld

  • welke maatregelen er zijn

  • wat familie zelf kan doen

  • welke afspraken er gelden per cliënt

Een open gesprek zorgt voor vertrouwen.

Samen met het team afspraken maken

Zorgverleners moeten als team weten hoe ze omgaan met open deuren. Spreek af:

  • wie verantwoordelijkheid heeft voor observatie

  • hoe je signaleert dat iemand dreigt weg te lopen

  • hoe je moet handelen wanneer iemand toch wegloopt

  • wie er gebeld moet worden

  • hoe je incidenten rapporteert

Een open deuren beleid werkt alleen goed wanneer iedereen dezelfde werkwijze volgt.

Wanneer mag een deur toch gesloten worden

De Wzd is duidelijk. Een gesloten deur is onvrijwillige zorg. Toch mag het soms. Maar alleen wanneer de Wzd-stappen volledig zijn doorlopen.

Een deur sluiten mag alleen wanneer:

  1. Er ernstig nadeel dreigt voor de cliënt.

  2. Alle andere opties zijn geprobeerd en niet werken.

  3. Het de minst ingrijpende maatregel is.

  4. De maatregel regelmatig wordt geëvalueerd.

Ernstig nadeel uitleggen

Ernstig nadeel betekent dat iemand zichzelf of anderen in gevaar brengt. Denk aan:

  • sterk dwaalgedrag waarbij de cliënt steeds verder wegloopt

  • gevaar om in het verkeer terecht te komen

  • gevaarlijk gedrag buitenshuis

  • eerdere incidenten waarin de cliënt is gevallen of onderkoeld raakte

Het sluiten van een deur moet dus goed te verdedigen zijn. Niet alleen voor de organisatie, maar ook naar familie en naar inspectie.

Morele dillema's bij opendeuren

Een open deuren beleid klinkt mooi, maar in de praktijk is het soms ingewikkeld. Zorgverleners kunnen twijfelen tussen vrijheid en veiligheid. Hier volgen enkele herkenbare dilemma’s.

De cliënt wil naar buiten maar het is gevaarlijk

Sommige cliënten hebben altijd graag gewandeld. Ze worden boos of verdrietig wanneer ze niet naar buiten mogen. Tegelijkertijd kan het buiten kouder zijn of kan iemand verdwalen. Het team moet dan goed afwegen wat verantwoord is.

Familie wil juist dat de deur op slot blijft

Soms stelt familie voor om de afdeling dicht te doen. Ze zijn bang dat hun naaste wegloopt. Dit mag echter niet zomaar. De wet zegt dat de wens van familie niet leidend is. De vrijheid van de cliënt blijft belangrijk.

Personeelstekort maakt toezicht lastig

In veel zorginstellingen is personeel schaars. Het lijkt dan soms veiliger om de deur dicht te doen. Toch mag dat niet. Er moet worden gezocht naar oplossingen zoals technologie, vrijwilligers, familiebetrokkenheid of een andere werkwijze.

Hoe bied je veilige vrijheid

Veilige vrijheid betekent dat cliënten kunnen doen wat zij willen, maar dat risico’s bewust worden besproken en gevolgd.

Maak individuele afspraken

Per cliënt moet worden vastgelegd:

  • wat iemand nog kan

  • welke risico’s er zijn

  • welke afspraken gelden

  • welke begeleiding nodig is

Individuele vrijheid staat centraal.

Werk met dagstructuur

Een duidelijke structuur geeft rust. Wanneer mensen weten wat er gaat gebeuren, worden zij minder onrustig. Hierdoor neemt dwaalgedrag vaak af. Dit helpt ook om deuren open te houden.

Gebruik de buitenruimte

Een veilige tuin of afgesloten plein biedt vrijheid zonder dat iemand de straat op kan. Veel verpleeghuizen bouwen tegenwoordig dementievriendelijke tuinen.

Voorbeelden vanuit de praktijk

Hier volgen casussen die laten zien hoe een open deuren beleid werkt.

Casus 1: Meneer Jansen wil steeds naar het oude huis

Meneer Jansen loopt vaak naar de buitendeur omdat hij denkt dat hij naar huis moet. Het team merkt dat hij rustiger wordt wanneer hij even buiten loopt. Met een GPS-armband kan hij veilig wandelen. De deur kan dus open blijven.

Casus 2: Mevrouw De Vries loopt gevaar

Mevrouw De Vries verliet eerder het terrein zonder jas en werd verward aangetroffen. Voor haar wordt een leefcirkel ingesteld waardoor zij alleen binnen mag lopen. Dit is een vrijheidsbeperking en wordt volgens de Wzd vastgelegd en geëvalueerd.

Casus 3: Familie wil dat de deur dicht gaat

De dochter van mevrouw Smit wil dat de afdeling op slot gaat. Ze is bang dat haar moeder wegloopt. Het team legt uit dat de wet dit niet toestaat zonder individuele noodzaak. Samen zoeken ze naar oplossingen zoals een sensor en meer familiebezoek.

Hoe open deuren bijdragen aan betere zorg

Het open deuren beleid zorgt voor:

  • meer mensgerichte zorg

  • meer beweging

  • minder vrijheidsbeperking

  • minder onbegrepen gedrag

  • meer contact met buiten

  • een betere samenwerking met familie

Het maakt de zorg menselijker en dichter bij het gewone leven.

Conclusie

Het open deuren beleid is een beweging richting meer vrijheid en menselijkheid in de zorg. De Wet zorg en dwang beschermt cliënten tegen onnodige vrijheidsbeperking. Deurbeleid moet daarom altijd goed worden onderbouwd en afgestemd op de individuele cliënt. Met goede afspraken, technologie, duidelijke communicatie en samenwerking binnen het team kan dit beleid veilig en verantwoord worden uitgevoerd.

Bronnen en referenties

  1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (2020). Wet zorg en dwang: Handleiding voor de praktijk. Den Haag: Rijksoverheid.
  2. Zorginstituut Nederland. (2021). Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Utrecht: Zorginstituut Nederland.
  3. Vilans. (2023). Vrijheidsbeperking en de Wet zorg en dwang. Geraadpleegd via https://www.vilans.nl
  4. Nederlands Instituut van Psychologen. (2022). Gedragsbeïnvloeding bij dementie. Amsterdam: NIP.
Terug naar overzicht