Onderstaande volgorde is een algemene beschrijving. Het is geen vervanging van een praktisch handelingsprotocol.
1. Bereid de zorgvrager voor
Vertel wat je gaat doen en waarom het splitgaas wordt vervangen. Vraag of de zorgvrager pijn, irritatie, benauwdheid of andere klachten ervaart.
Zorg voor een comfortabele houding, meestal zittend of halfzittend. Houd rekening met de individuele situatie en eventuele beademing.
2. Verzamel de materialen
Leg vooraf alle benodigde materialen klaar op een schoon werkveld. Denk bijvoorbeeld aan:
- een passend, voorgevormd splitgaas;
- niet-steriele gaasjes;
- water volgens het geldende protocol;
- zo nodig niet-pluizende wattenstaafjes;
- handschoenen;
- afvalmateriaal;
- materialen voor het reinigen van de binnencanule;
- zo nodig een afgesproken huidbeschermingsmiddel;
- noodmaterialen volgens het individuele zorgplan.
Gebruik het type kompres dat in het zorgplan of protocol is voorgeschreven. Controleer bij een steriel product vóór gebruik de verpakking en de houdbaarheidsdatum.
3. Pas handhygiëne toe
Goede handhygiëne helpt besmetting met micro-organismen te voorkomen. Volg het actuele protocol voor handhygiëne en persoonlijke beschermingsmiddelen.
4. Verwijder het oude splitgaas voorzichtig
Houd de canule zo nodig stabiel volgens het protocol. Trek niet aan de canule en voorkom dat het canulebandje losraakt.
Bekijk het verwijderde gaas voordat je het weggooit. Let op:
- de hoeveelheid vocht;
- de kleur van het vocht;
- de aanwezigheid van bloed;
- de kleur en dikte van het slijm;
- een afwijkende geur;
- korstvorming.
Deze informatie kan iets zeggen over de conditie van het tracheostoma en hoort bij afwijkingen te worden gerapporteerd.
5. Inspecteer de huid en het tracheostoma
Controleer de huid rondom de opening en onder het halsplaatje. Let onder andere op:
- roodheid;
- zwelling;
- warmte;
- pijn of gevoeligheid;
- wondjes;
- drukplekken;
- verweking;
- korsten;
- bloedverlies;
- pus of afwijkend wondvocht;
- wild vlees of granulatieweefsel;
- lekkage;
- een onaangename geur;
- verandering in de grootte of vorm van het tracheostoma.
Een lichte verkleuring door tijdelijke druk is iets anders dan roodheid die niet wegtrekt. Vergelijk waar mogelijk met eerdere observaties en vraag de zorgvrager naar klachten.
6. Reinig de huid
Maak de huid rondom het tracheostoma voorzichtig schoon met een vochtig gaasje of washandje. Werk zorgvuldig en voorkom dat vocht, korstjes of losse materialen in de tracheacanule terechtkomen.
Reinig zo nodig voorzichtig onder het halsplaatje met een geschikt, niet-pluizend hulpmiddel. Gebruik hiervoor alleen de werkwijze die in het protocol is opgenomen. Oefen geen druk uit op het tracheostoma.
Maak ook het halsplaatje schoon met een gaasje. Gebruik geen zeep, tenzij een deskundige voor deze specifieke situatie anders heeft voorgeschreven.
7. Droog de huid zorgvuldig
Dep de huid droog met een schoon gaasje of een schone handdoek die hiervoor geschikt is. Wrijf niet hard over een kwetsbare of geïrriteerde huid.
Controleer na het drogen opnieuw of er nog vocht onder het halsplaatje aanwezig is. Een droog huidoppervlak helpt verweking te voorkomen.
8. Breng het nieuwe splitgaas aan
Plaats het voorgevormde splitgaas voorzichtig onder het halsplaatje. Bij een Metalline-kompres komt de zilvergrijze, aluminium gecoate zijde tegen de huid.
Let erop dat het kompres:
- vlak tegen de huid ligt;
- niet dubbelgevouwen is;
- geen harde rand onder het halsplaatje vormt;
- de opening goed omsluit;
- de canule niet naar voren duwt;
- de luchtweg niet belemmert;
- niet onnodig dik is;
- niet strak tegen het stoma wordt gepropt.
Controleer na het aanbrengen of de canule nog goed zit en of de zorgvrager comfortabel kan ademen.
9. Rond de verzorging af
Ruim de materialen volgens het protocol op en pas opnieuw handhygiëne toe. Vraag hoe de zorgvrager zich voelt en controleer of er geen benauwdheid, pijn of ander ongemak is ontstaan.
Rapporteer de verzorging en eventuele bijzonderheden.