Een heupfractuur ontstaat meestal niet door één enkele oorzaak. Vaak spelen meerdere factoren tegelijkertijd een rol. Hoe meer risicofactoren iemand heeft, hoe groter de kans wordt op een val en uiteindelijk op een heupfractuur.
Als zorgverlener is het daarom belangrijk om niet alleen naar de val zelf te kijken, maar ook naar de onderliggende oorzaken.
Hoge leeftijd
De grootste risicofactor is simpelweg het ouder worden.
Naarmate we ouder worden, veranderen verschillende lichaamsfuncties. De spierkracht neemt af, het evenwicht wordt minder goed en de botten worden kwetsbaarder. Daarnaast reageren ouderen vaak minder snel wanneer zij hun evenwicht verliezen.
Hierdoor kan een relatief kleine val al grote gevolgen hebben.
Osteoporose (botontkalking)
Bij osteoporose neemt de botdichtheid af en worden de botten brozer.
Hierdoor kunnen botten sneller breken. Vooral de heup, pols en wervels zijn kwetsbaar.
Veel ouderen weten niet dat zij osteoporose hebben, omdat de aandoening vaak geen klachten geeft totdat er een botbreuk ontstaat.
Eerdere valincidenten
Een eerdere val is een belangrijke voorspeller voor toekomstige valincidenten. Wanneer iemand één keer is gevallen, is de kans groter dat dit opnieuw gebeurt. Daarom is het belangrijk om na iedere val een goede evaluatie uit te voeren en te onderzoeken waardoor iemand is gevallen.
Dementie
Mensen met dementie lopen een verhoogd risico op vallen.
Dit heeft verschillende oorzaken:
- Verminderd ziekte-inzicht
- Problemen met oriëntatie
- Minder goede inschatting van risico’s
- Onrust of dwaalgedrag
Daarnaast kunnen mensen met dementie vergeten hulpmiddelen te gebruiken, zoals een rollator.
Parkinson
Bij de ziekte van Parkinson ontstaan problemen met bewegen.
Kenmerkende klachten zijn:
- Trager bewegen
- Stijfheid
- Evenwichtsproblemen
- Een schuifelend looppatroon
Hierdoor neemt de kans op vallen aanzienlijk toe.
CVA (beroerte)
Na een CVA kunnen verschillende lichamelijke beperkingen ontstaan.
Denk aan:
- Verminderde spierkracht
- Verlamming
- Verminderd evenwicht
- Verminderde coördinatie
Deze factoren vergroten het risico op vallen.
Duizeligheid
Duizeligheid komt veel voor bij ouderen.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Bloeddrukdalingen
- Evenwichtsproblemen
- Medicatiegebruik
- Hartproblemen
Duizeligheid kan ervoor zorgen dat iemand plotseling valt.
Polyfarmacie
Polyfarmacie betekent dat iemand meerdere medicijnen tegelijkertijd gebruikt. Sommige medicijnen kunnen het valrisico verhogen.
Voorbeelden zijn:
- Slaapmedicatie
- Kalmeringsmiddelen
- Antidepressiva
- Bloeddrukverlagers
- Sterke pijnstillers
Deze medicijnen kunnen zorgen voor:
- Slaperigheid
- Duizeligheid
- Verwardheid
- Een verminderd reactievermogen
Ondervoeding
Bij ondervoeding krijgt het lichaam onvoldoende voedingsstoffen binnen. Daardoor kan spiermassa sneller afnemen en ontstaat meer lichamelijke kwetsbaarheid. Ook kan de botkwaliteit verslechteren.
Verminderde mobiliteit
Wanneer iemand minder beweegt, neemt de conditie af. Hierdoor worden dagelijkse handelingen moeilijker.
Denk aan:
- Opstaan uit een stoel
- Traplopen
- Draaien
- Lopen
Minder bewegen zorgt vaak voor een vicieuze cirkel: hoe minder iemand beweegt, hoe kwetsbaarder iemand wordt.
Verminderde spierkracht
Sterke spieren zijn essentieel voor een goede balans en stabiliteit. Wanneer de spierkracht afneemt, wordt het moeilijker om een misstap op te vangen. Vooral de spieren in de benen spelen hierbij een belangrijke rol.
Slecht zicht
Goed zicht helpt om veilig te bewegen. Ouderen kunnen te maken krijgen met:
- Staar
- Minder dieptezicht
- Verminderd contrast zien
- Maculadegeneratie
Hierdoor worden obstakels minder snel opgemerkt.
Alcoholgebruik
Alcohol beïnvloedt verschillende lichaamsfuncties.
Het kan zorgen voor:
- Minder evenwicht
- Verminderde coördinatie
- Langzamere reacties
- Verminderde alertheid
Bij ouderen heeft alcohol vaak een sterker effect dan op jongere leeftijd.
Meerdere risicofactoren tegelijk
In de praktijk zien we vaak dat meerdere risicofactoren tegelijkertijd aanwezig zijn.
Denk bijvoorbeeld aan een oudere zorgvrager met osteoporose, beginnende dementie, verminderde spierkracht en meerdere medicijnen.
Juist deze combinatie maakt iemand extra kwetsbaar.
Daarom is het belangrijk om niet alleen de heupfractuur te behandelen, maar ook aandacht te besteden aan valpreventie en de onderliggende oorzaken.