Hoe herken je een heupfractuur bij ouderen? • Zuster-055
Hoe herken je een heupfractuur bij ouderen?

Hoe herken je een heupfractuur bij ouderen?

Hoe herken je een heupfractuur bij ouderen? Ontdek de signalen, risicofactoren en wat je als zorgverlener moet doen na een valincident.

Een oudere zorgvrager valt. Misschien in de woonkamer, naast het bed, in de badkamer of tijdens een wandeling. Soms lijkt de val onschuldig, maar juist bij ouderen kan een simpele val grote gevolgen hebben.

Een van de meest voorkomende ernstige letsels is een heupfractuur, ook wel een gebroken heup genoemd.

Voor zorgverleners is het ontzettend belangrijk om een heupfractuur snel te herkennen. Hoe eerder een heupfractuur wordt ontdekt, hoe sneller de juiste behandeling kan worden gestart. Dit vergroot de kans op herstel en vermindert de kans op complicaties.

Een heupfractuur heeft namelijk niet alleen gevolgen voor de heup zelf. Het kan een enorme impact hebben op iemands zelfstandigheid, mobiliteit en kwaliteit van leven.

Veel ouderen die voorheen nog zelfstandig konden wonen, hebben na een heupfractuur ineens intensieve zorg nodig. Sommigen hebben tijdelijk revalidatie nodig, terwijl anderen langdurig afhankelijk blijven van hulpmiddelen of extra ondersteuning.

Juist daarom is kennis over heupfracturen belangrijk voor iedereen die werkzaam is in de zorg.

In deze blog lees je alles over het herkennen van een heupfractuur, triage na een valincident en de signalen waar je als zorgverlener alert op moet zijn.

Wat is een heupfractuur

Een heupfractuur is een botbreuk in het bovenste gedeelte van het dijbeen, vlakbij het heupgewricht.

Vaak spreken mensen over een gebroken heup. Eigenlijk klopt die benaming niet helemaal. In de meeste gevallen is namelijk niet de heup zelf gebroken, maar het bovenste deel van het dijbeen.

De breuk ontstaat meestal na een val op de zij.

Bij jongere mensen is vaak veel kracht nodig om een heupfractuur te veroorzaken, bijvoorbeeld bij een verkeersongeval.

Bij ouderen ligt dit anders. Door veroudering van het lichaam kunnen de botten kwetsbaarder worden. Soms is een relatief kleine val al voldoende om een heupfractuur te veroorzaken.

In sommige gevallen kan iemand zelfs een breuk oplopen zonder een harde val.

Anatomie van de heup

Om een heupfractuur goed te begrijpen, is het handig om eerst te weten hoe de heup is opgebouwd. De heup is een zogenaamd kogelgewricht. Dit gewricht verbindt het bekken met het dijbeen. De heup bestaat uit verschillende onderdelen.

Het bekken

Het bekken vormt de kom waarin de heupkop beweegt. Deze kom noemen we het acetabulum.

De heupkop

De heupkop is het ronde uiteinde van het dijbeen. Deze beweegt soepel in de heupkom.

De heuphals

De heuphals vormt de verbinding tussen de heupkop en het dijbeen. Dit is een kwetsbaar gedeelte waar regelmatig breuken ontstaan.

De trochanter major

Dit is de grote botuitstulping aan de buitenzijde van de heup. Hier hechten verschillende spieren aan.

Het gewrichtskapsel

Het gewrichtskapsel omsluit het heupgewricht en zorgt voor stevigheid.

De spieren

Verschillende spieren rondom de heup zorgen voor:

  • Stabiliteit
  • Kracht
  • Balans
  • Bewegingsvrijheid

Samen zorgen al deze onderdelen ervoor dat iemand kan:

  • Lopen
  • Traplopen
  • Gaan zitten
  • Opstaan
  • Draaien
  • Bukken

Wanneer één van deze onderdelen beschadigd raakt, heeft dit grote gevolgen voor de mobiliteit.

Welke soorten heupfracturen zijn er?

Hoewel we vaak spreken over een gebroken heup, bestaan er verschillende soorten heupfracturen. De plaats waar de breuk zich bevindt, bepaalt namelijk voor een groot deel welke behandeling nodig is, hoe lang het herstel duurt en welke complicaties kunnen optreden.

Artsen delen heupfracturen meestal in drie grote groepen in: de collumfractuur, de pertrochantere fractuur en de subtrochantere fractuur.

Collumfractuur (heuphalsfractuur)

Een collumfractuur, ook wel een heuphalsfractuur genoemd, is een breuk in de heuphals. Dit is het smalle gedeelte dat de heupkop met het dijbeen verbindt.

Deze vorm van een heupfractuur komt veel voor bij ouderen.

Juist omdat de heuphals een relatief smal en kwetsbaar gebied is, kan een val op de zij al voldoende zijn om een breuk te veroorzaken.

Een belangrijk aandachtspunt bij een collumfractuur is de bloedtoevoer naar de heupkop.

Door de breuk kunnen bloedvaten beschadigd raken, waardoor de heupkop minder goed wordt doorbloed. Wanneer de doorbloeding ernstig verstoord raakt, kan botweefsel afsterven. Dit noemen we ook wel avasculaire necrose.

Daarom wordt een heuphalsfractuur vaak snel geopereerd.

De behandeling hangt af van verschillende factoren, zoals:

  • De leeftijd van de zorgvrager
  • De conditie van de zorgvrager
  • De plaats van de breuk
  • Of de breuk verschoven is

Mogelijke behandelingen zijn:

  • Vastzetten met schroeven
  • Een halve heupprothese
  • Een totale heupprothese

Pertrochantere fractuur

Bij een pertrochantere fractuur bevindt de breuk zich tussen de grote en kleine trochanter.

De trochanters zijn botuitsteeksels aan de bovenzijde van het dijbeen waaraan belangrijke spieren vastzitten.

Deze breuk ontstaat vaak door een val op de zijkant van de heup.

Deze vorm komt veel voor bij ouderen met osteoporose.

Hoewel deze breuk vaak erg pijnlijk is, blijft de bloedvoorziening naar de heupkop meestal intact. Hierdoor zijn de vooruitzichten soms gunstiger dan bij een heuphalsfractuur.

De behandeling bestaat vaak uit een operatie waarbij de botdelen worden gestabiliseerd met:

  • Een heupschroef
  • Een plaat
  • Een pen in het dijbeen

Ook hier is een snelle operatie belangrijk om complicaties te voorkomen.

Subtrochantere fractuur

Een subtrochantere fractuur bevindt zich net onder de trochanters. Deze breuken zijn vaak complexer en moeilijker te behandelen. Dit komt doordat er op deze plek grote spiergroepen aan het bot vastzitten. Deze spieren trekken voortdurend aan de verschillende botdelen, waardoor de breuk instabiel kan worden.

Subtrochantere fracturen komen voor:

  • Na een val
  • Bij ernstige osteoporose
  • Soms bij afwijkingen van het bot

De behandeling bestaat vrijwel altijd uit een operatie.

Vaak wordt gebruikgemaakt van:

  • Een intramedullaire pen (een metalen pen in het bot)
  • Schroeven
  • Platen

Het herstel duurt soms langer dan bij andere heupfracturen.

Kun je aan de buitenkant zien welk type heupfractuur iemand heeft?

Nee, dat is meestal niet mogelijk.

Veel symptomen lijken namelijk op elkaar.

De zorgvrager kan klachten hebben zoals:

  • Hevige pijn in de lies, heup of het bovenbeen
  • Niet meer kunnen staan
  • Niet meer kunnen lopen
  • Een been dat naar buiten gedraaid ligt
  • Een verkort been

Om precies vast te stellen om welke breuk het gaat, zijn beeldvormende onderzoeken nodig, zoals een röntgenfoto.

Waarom is het belangrijk om het type heupfractuur te kennen?

Het type heupfractuur bepaalt voor een groot deel:

  • Welke operatie nodig is
  • Hoe snel iemand kan mobiliseren
  • Hoe lang de revalidatie duurt
  • Welke complicaties kunnen optreden
  • Hoe groot de kans is op volledig herstel

Daarom is een snelle herkenning van een mogelijke heupfractuur ontzettend belangrijk. Vooral bij ouderen geldt: hoe sneller de juiste behandeling wordt gestart, hoe groter de kans op behoud van zelfstandigheid en kwaliteit van leven.

Cijfers

Heupfracturen komen veel voor. Jaarlijks krijgen ongeveer 18.000 tot 20.000 Nederlanders een heupfractuur.

De meeste mensen zijn ouder dan 65 jaar. Het risico stijgt sterk vanaf 80 jaar. Daarnaast zien we dat vrouwen vaker een heupfractuur krijgen dan mannen. Dit komt vooral doordat vrouwen na de overgang sneller botmassa verliezen.

Enkele opvallende cijfers:

  • Meer dan 90% van de heupfracturen ontstaat na een val.
  • Het grootste deel van de valincidenten gebeurt in en rondom huis.
  • Veel ouderen verliezen tijdelijk hun zelfstandigheid.
  • Een deel van de ouderen keert niet meer terug naar het oude niveau van functioneren.

Hierdoor wordt een heupfractuur soms ook wel een kantelpunt in iemands leven genoemd.

Waarom lopen ouderen extra risico

Naarmate we ouder worden, verandert ons lichaam. Dat is een heel natuurlijk proces, maar deze veranderingen zorgen er wel voor dat ouderen kwetsbaarder worden voor vallen en botbreuken.

Waar een jongere persoon vaak zonder problemen opstaat na een struikelpartij, kan dezelfde val bij een oudere ernstige gevolgen hebben. Dit komt doordat meerdere factoren tegelijkertijd een rol spelen.

Vaak is er niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen, maar juist een combinatie van lichamelijke veranderingen die het risico op een heupfractuur vergroten.

Osteoporose (botontkalking)

Eén van de belangrijkste risicofactoren is osteoporose, ook wel botontkalking genoemd.

Bij osteoporose neemt de botdichtheid af. De botten worden poreuzer, minder stevig en daardoor kwetsbaarder. Hierdoor breken botten sneller.

Vooral vrouwen hebben na de overgang een verhoogd risico op osteoporose, omdat de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam afneemt. Dit hormoon speelt namelijk een belangrijke rol bij het behoud van sterke botten.

Vaak merken mensen lange tijd niets van osteoporose. De aandoening wordt daarom ook wel een stille ziekte genoemd. Een botbreuk is soms het eerste signaal dat de botten minder sterk zijn geworden.

Minder spiermassa en spierkracht

Vanaf ongeveer het dertigste levensjaar neemt de spiermassa langzaam af. Dit proces verloopt geleidelijk en versnelt vaak op hogere leeftijd.

Minder spiermassa betekent ook minder spierkracht.

Vooral de spieren in de benen spelen een belangrijke rol bij:

  • Balans houden
  • Opstaan uit een stoel
  • Traplopen
  • Lopen
  • Opvangen van een misstap

Wanneer deze spieren zwakker worden, neemt de stabiliteit af en wordt het risico op vallen groter.

Minder goed evenwicht

Ook het evenwichtssysteem verandert naarmate we ouder worden.

Ons evenwicht wordt aangestuurd door een samenwerking tussen:

  • De ogen
  • De spieren en gewrichten
  • Het evenwichtsorgaan in het binnenoor
  • De hersenen

Met het ouder worden verloopt deze samenwerking minder efficiënt. Hierdoor kan iemand sneller uit balans raken.

Denk bijvoorbeeld aan situaties zoals:

  • Snel opstaan uit bed
  • Omdraaien tijdens het lopen
  • Een onverwachte beweging maken
  • Over een drempel stappen

Minder snelle reflexen

Wanneer iemand dreigt te vallen, probeert het lichaam dit automatisch te corrigeren. Bij jongere mensen gebeurt dit vaak razendsnel. De spieren reageren direct om het evenwicht te herstellen. Bij ouderen verlopen deze reflexen minder snel. Daardoor lukt het vaak niet meer om een val op tijd op te vangen.

Slechter zicht

Goed kunnen zien is belangrijk om veilig te kunnen bewegen.

Veel ouderen krijgen te maken met veranderingen aan de ogen, zoals:

  • Staar
  • Maculadegeneratie
  • Verminderd dieptezicht
  • Minder contrast zien

Hierdoor worden obstakels minder snel opgemerkt.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Losliggende kleedjes
  • Een hoge drempel
  • Een opstapje
  • Slechte verlichting

Dit vergroot het risico op struikelen.

Medicatiegebruik

Veel ouderen gebruiken meerdere medicijnen tegelijk. Dit noemen we ook wel polyfarmacie. Sommige medicijnen kunnen het valrisico verhogen.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Slaapmedicatie
  • Kalmeringsmiddelen
  • Antidepressiva
  • Bloeddrukverlagers
  • Sommige pijnstillers

Deze medicijnen kunnen onder andere zorgen voor:

  • Duizeligheid
  • Slaperigheid
  • Bloeddrukdalingen
  • Verminderd reactievermogen
  • Verwardheid

Daarom is het belangrijk om bij een valincident altijd ook naar het medicatiegebruik te kijken.

De combinatie maakt het risico groter

Vaak is er niet één enkele oorzaak die leidt tot een heupfractuur. Juist de combinatie van meerdere factoren maakt ouderen extra kwetsbaar.

Een oudere met lichte botontkalking, minder spierkracht, een verminderd zicht én meerdere medicijnen loopt bijvoorbeeld een veel groter risico op een val dan iemand waarbij slechts één factor aanwezig is.

Daarom is valpreventie zo belangrijk. Hoe eerder risicofactoren worden herkend, hoe groter de kans dat een val en een mogelijke heupfractuur kunnen worden voorkomen.

Welke factoren vergroten de kans op een heupfractuur?

Een heupfractuur ontstaat meestal niet door één enkele oorzaak. Vaak spelen meerdere factoren tegelijkertijd een rol. Hoe meer risicofactoren iemand heeft, hoe groter de kans wordt op een val en uiteindelijk op een heupfractuur.

Als zorgverlener is het daarom belangrijk om niet alleen naar de val zelf te kijken, maar ook naar de onderliggende oorzaken.

Hoge leeftijd

De grootste risicofactor is simpelweg het ouder worden.

Naarmate we ouder worden, veranderen verschillende lichaamsfuncties. De spierkracht neemt af, het evenwicht wordt minder goed en de botten worden kwetsbaarder. Daarnaast reageren ouderen vaak minder snel wanneer zij hun evenwicht verliezen.

Hierdoor kan een relatief kleine val al grote gevolgen hebben.

Osteoporose (botontkalking)

Bij osteoporose neemt de botdichtheid af en worden de botten brozer.

Hierdoor kunnen botten sneller breken. Vooral de heup, pols en wervels zijn kwetsbaar.

Veel ouderen weten niet dat zij osteoporose hebben, omdat de aandoening vaak geen klachten geeft totdat er een botbreuk ontstaat.

Eerdere valincidenten

Een eerdere val is een belangrijke voorspeller voor toekomstige valincidenten. Wanneer iemand één keer is gevallen, is de kans groter dat dit opnieuw gebeurt. Daarom is het belangrijk om na iedere val een goede evaluatie uit te voeren en te onderzoeken waardoor iemand is gevallen.

Dementie

Mensen met dementie lopen een verhoogd risico op vallen.

Dit heeft verschillende oorzaken:

  • Verminderd ziekte-inzicht
  • Problemen met oriëntatie
  • Minder goede inschatting van risico’s
  • Onrust of dwaalgedrag

Daarnaast kunnen mensen met dementie vergeten hulpmiddelen te gebruiken, zoals een rollator.

Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson ontstaan problemen met bewegen.

Kenmerkende klachten zijn:

  • Trager bewegen
  • Stijfheid
  • Evenwichtsproblemen
  • Een schuifelend looppatroon

Hierdoor neemt de kans op vallen aanzienlijk toe.

CVA (beroerte)

Na een CVA kunnen verschillende lichamelijke beperkingen ontstaan.

Denk aan:

  • Verminderde spierkracht
  • Verlamming
  • Verminderd evenwicht
  • Verminderde coördinatie

Deze factoren vergroten het risico op vallen.

Duizeligheid

Duizeligheid komt veel voor bij ouderen.

Mogelijke oorzaken zijn:

  • Bloeddrukdalingen
  • Evenwichtsproblemen
  • Medicatiegebruik
  • Hartproblemen

Duizeligheid kan ervoor zorgen dat iemand plotseling valt.

Polyfarmacie

Polyfarmacie betekent dat iemand meerdere medicijnen tegelijkertijd gebruikt. Sommige medicijnen kunnen het valrisico verhogen.

Voorbeelden zijn:

  • Slaapmedicatie
  • Kalmeringsmiddelen
  • Antidepressiva
  • Bloeddrukverlagers
  • Sterke pijnstillers

Deze medicijnen kunnen zorgen voor:

  • Slaperigheid
  • Duizeligheid
  • Verwardheid
  • Een verminderd reactievermogen

Ondervoeding

Bij ondervoeding krijgt het lichaam onvoldoende voedingsstoffen binnen. Daardoor kan spiermassa sneller afnemen en ontstaat meer lichamelijke kwetsbaarheid. Ook kan de botkwaliteit verslechteren.

Verminderde mobiliteit

Wanneer iemand minder beweegt, neemt de conditie af. Hierdoor worden dagelijkse handelingen moeilijker.

Denk aan:

  • Opstaan uit een stoel
  • Traplopen
  • Draaien
  • Lopen

Minder bewegen zorgt vaak voor een vicieuze cirkel: hoe minder iemand beweegt, hoe kwetsbaarder iemand wordt.

Verminderde spierkracht

Sterke spieren zijn essentieel voor een goede balans en stabiliteit. Wanneer de spierkracht afneemt, wordt het moeilijker om een misstap op te vangen. Vooral de spieren in de benen spelen hierbij een belangrijke rol.

Slecht zicht

Goed zicht helpt om veilig te bewegen. Ouderen kunnen te maken krijgen met:

  • Staar
  • Minder dieptezicht
  • Verminderd contrast zien
  • Maculadegeneratie

Hierdoor worden obstakels minder snel opgemerkt.

Alcoholgebruik

Alcohol beïnvloedt verschillende lichaamsfuncties.

Het kan zorgen voor:

  • Minder evenwicht
  • Verminderde coördinatie
  • Langzamere reacties
  • Verminderde alertheid

Bij ouderen heeft alcohol vaak een sterker effect dan op jongere leeftijd.

Meerdere risicofactoren tegelijk

In de praktijk zien we vaak dat meerdere risicofactoren tegelijkertijd aanwezig zijn.

Denk bijvoorbeeld aan een oudere zorgvrager met osteoporose, beginnende dementie, verminderde spierkracht en meerdere medicijnen.

Juist deze combinatie maakt iemand extra kwetsbaar.

Daarom is het belangrijk om niet alleen de heupfractuur te behandelen, maar ook aandacht te besteden aan valpreventie en de onderliggende oorzaken.

Iemand valt: wat doe je als zorgverlener?

Wanneer een oudere valt, ontstaat er vaak direct onrust. De zorgvrager schrikt, omstanders raken bezorgd en zorgverleners willen graag snel helpen. Toch is het belangrijk om niet direct in actie te schieten en iemand overeind te helpen.

Juist de eerste minuten na een val zijn ontzettend belangrijk.

Een heupfractuur wordt namelijk regelmatig gemist, omdat iemand aangeeft dat het wel meevalt of zelfs nog een paar stappen kan zetten.

Werk daarom altijd volgens een vaste structuur.

Stap 1: Zorg eerst voor veiligheid

Kijk eerst naar de omgeving.

Controleer bijvoorbeeld:

  • Liggen er losse spullen op de grond?
  • Is de vloer nat?
  • Zijn er meubels verschoven?
  • Is er voldoende ruimte om de situatie te beoordelen?

Zorg dat zowel jijzelf als de zorgvrager veilig zijn.

Stap 2: Blijf rustig en stel de zorgvrager gerust

Een val kan erg beangstigend zijn.

Praat rustig tegen de zorgvrager.

Bijvoorbeeld:

“U bent gevallen. Blijf rustig liggen. Ik ga eerst kijken hoe het met u gaat voordat we iets gaan doen.”

Een rustige benadering helpt om paniek te verminderen.

Stap 3: Laat de zorgvrager niet direct opstaan

Dit is één van de meest gemaakte fouten.

Ook wanneer iemand zegt:

“Ik mankeer niets.”

of

“Ik kan wel weer opstaan.”

Laat je daar niet direct door leiden.

Door de schrik en adrenaline kunnen pijnklachten tijdelijk minder aanwezig zijn.

Een onopgemerkte heupfractuur kan verergeren wanneer iemand direct wordt geholpen met opstaan.

Stap 4: Observeer de algemene toestand

Kijk eerst naar de basis.

Controleer:

Bewustzijn

  • Is iemand wakker?
  • Is iemand aanspreekbaar?
  • Reageert iemand normaal?

Ademhaling

  • Ademt iemand rustig?
  • Is de ademhaling regelmatig?
  • Heeft iemand het benauwd?

Kleur van de huid

  • Ziet iemand bleek?
  • Is er sprake van zweten?
  • Is iemand grauw?

Pijn

  • Waar zit de pijn?
  • Hoeveel pijn heeft iemand?

Stap 5: Vraag wat er precies is gebeurd

Vraag altijd naar het verhaal achter de val.

Bijvoorbeeld:

  • Wat gebeurde er vlak voor de val?
  • Bent u uitgegleden?
  • Bent u gestruikeld?
  • Werd u duizelig?
  • Bent u weggevallen?
  • Heeft u het hoofd gestoten?

Deze informatie kan belangrijke aanwijzingen geven.

Stap 6: Observeer de benen en heupen

Bij een vermoeden van een heupfractuur zijn dit belangrijke observaties.

Kijk naar:

  • De stand van beide benen
  • De stand van de voeten
  • Eventuele verkorting van één been
  • Zwelling
  • Eventuele bloeduitstortingen

Vergelijk altijd links en rechts met elkaar.

Wat zie je vaak bij een heupfractuur?

Hoewel niet iedere heupfractuur hetzelfde verloopt, zijn er een aantal typische kenmerken.

Hevige pijn

De pijn bevindt zich vaak in:

  • De lies
  • De heup
  • Het bovenbeen
  • Soms de bil

De pijn neemt meestal toe bij bewegen.

Niet kunnen staan

Veel zorgvragers kunnen niet meer zelfstandig opstaan.

Niet kunnen lopen

Belasten van het been lukt vaak niet meer.

Uitwendig gedraaid been

Dit is één van de bekendste signalen. De voet van het aangedane been draait naar buiten.

Een korter been

Het aangedane been kan enkele centimeters korter lijken. Dit ontstaat doordat de spieren aan het gebroken bot trekken.

Pijn bij kleine bewegingen

Zelfs een kleine beweging kan veel pijn veroorzaken.

Maar let op: een heupfractuur is niet altijd duidelijk zichtbaar

Dit is misschien wel de belangrijkste boodschap van deze hele blog. Een heupfractuur verloopt niet altijd volgens het schoolboekje.

Sommige ouderen kunnen nog:

  • Opstaan
  • Een paar stappen zetten
  • Zelfstandig naar een stoel lopen

Toch kan er wel degelijk sprake zijn van een breuk. Blijf daarom alert wanneer iemand na een val klachten blijft houden.

Denk vooral aan:

  • Nieuwe liespijn
  • Nieuwe heuppijn
  • Pijn in het bovenbeen
  • Moeite met lopen
  • Pijn die niet afneemt

Wanneer bel je direct een arts of 112?

Schakel direct medische hulp in bij:

  • Ernstige pijn
  • Niet meer kunnen lopen
  • Een zichtbaar verkort been
  • Een uitwendig gedraaide voet
  • Vermoeden van een heupfractuur
  • Bewustzijnsverlies
  • Benauwdheid
  • Hoofdletsel
  • Gebruik van bloedverdunners in combinatie met een val op het hoofd

Vuistregel: Twijfel je aan een heupfractuur? Ga er dan vanuit dat deze aanwezig kan zijn totdat het tegendeel is bewezen.

Wat doe je juist níét bij een vermoeden van een heupfractuur?

Wanneer een oudere valt, is de natuurlijke reactie vaak om iemand zo snel mogelijk weer overeind te helpen. Familieleden, mantelzorgers en zelfs zorgverleners doen dit soms vanuit goede bedoelingen. Toch kan dit juist gevaarlijk zijn.

Bij een vermoeden van een heupfractuur zijn er een aantal dingen die je absoluut niet moet doen.

Help iemand niet direct overeind

Dit is waarschijnlijk de meest voorkomende fout. Ook wanneer iemand zegt:

“Het gaat wel.” of “Ik kan wel weer lopen.” is het belangrijk om eerst een goede beoordeling uit te voeren. Door de schrik en de adrenaline kan de pijn tijdelijk minder aanwezig zijn. Door iemand direct overeind te helpen, kan de situatie verergeren.

Trek niet aan armen of benen

Probeer nooit iemand omhoog te trekken aan:

  • De armen
  • De handen
  • De schouders
  • De benen

Dit kan extra pijn veroorzaken en mogelijk extra schade aanrichten.

Forceer geen bewegingen

Probeer niet zelf te testen of de heup nog goed functioneert.

Voer bijvoorbeeld niet uit:

  • Het optillen van het been
  • Het draaien van de heup
  • Het buigen van de heup
  • Het laten lopen van de zorgvrager

Deze bewegingen kunnen erg pijnlijk zijn.

Zet iemand niet zomaar in een stoel

Soms wordt iemand na een val direct in een stoel gezet. Ook dit wordt afgeraden wanneer er een vermoeden bestaat op een heupfractuur. Een verkeerde houding kan de pijn verergeren.

Geef geen eten of drinken wanneer een operatie waarschijnlijk is

Wanneer er een sterk vermoeden bestaat op een heupfractuur en vervoer naar het ziekenhuis noodzakelijk is, geef dan niet zomaar eten of drinken. Veel mensen moeten namelijk geopereerd worden en daarvoor gelden vaak nuchterheidsregels. Volg hierbij altijd de instructies van de arts of ambulancezorg.

Hoe wordt een heupfractuur vastgesteld?

Wanneer een zorgvrager in het ziekenhuis komt, start het onderzoek.

Lichamelijk onderzoek

De arts beoordeelt:

  • De pijn
  • De stand van de benen
  • De beweeglijkheid
  • Eventuele zwellingen

Röntgenfoto

Een röntgenfoto is meestal de eerste stap. Hierop zijn de meeste heupfracturen zichtbaar.

CT-scan

Soms is de breuk lastig te zien. Dan wordt aanvullend een CT-scan gemaakt.

MRI-scan

In sommige situaties wordt een MRI gemaakt. Bijvoorbeeld wanneer de klachten sterk wijzen op een heupfractuur, maar de röntgenfoto nog geen afwijkingen laat zien.

Hoe wordt een heupfractuur behandeld?

De meeste ouderen worden geopereerd.

Welke operatie nodig is, hangt af van:

  • Het type breuk
  • De leeftijd
  • De gezondheidstoestand
  • De mobiliteit vóór de val

Mogelijke behandelingen zijn:

Schroeven

De botdelen worden met schroeven vastgezet.

Een plaatconstructie

Een metalen plaat stabiliseert de breuk.

Een intramedullaire pen

Een metalen pen wordt in het dijbeen geplaatst.

Een halve heupprothese

De heupkop wordt vervangen.

Een totale heupprothese

Het gehele heupgewricht wordt vervangen.

Conclusie

Een heupfractuur bij ouderen is veel meer dan alleen een gebroken bot. Het is een ingrijpende gebeurtenis die grote gevolgen kan hebben voor de gezondheid, zelfstandigheid en kwaliteit van leven van een zorgvrager.

Juist omdat ouderen kwetsbaarder zijn door factoren zoals osteoporose, verminderde spierkracht, een slechter evenwicht en het gebruik van medicatie, kan een relatief kleine val al ernstige gevolgen hebben.

Voor zorgverleners is het daarom belangrijk om alert te zijn op de signalen van een heupfractuur. Pijn in de lies, heup of het bovenbeen, een uitwendig gedraaid been, een verkort been en het niet meer kunnen lopen zijn belangrijke alarmsignalen. Toch presenteert niet iedere oudere zich volgens het bekende plaatje. Sommige ouderen kunnen zelfs nog enkele stappen zetten, terwijl er wel degelijk sprake is van een breuk.

Een goede triage na een valincident is daarom essentieel. Laat een zorgvrager niet direct opstaan, observeer zorgvuldig en schakel tijdig medische hulp in wanneer je een heupfractuur vermoedt.

Daarnaast is preventie minstens zo belangrijk als behandeling. Door aandacht te besteden aan valpreventie, beweging, spierkracht, voeding, medicatie en een veilige leefomgeving kunnen veel valincidenten worden voorkomen.

De belangrijkste boodschap voor zorgverleners is dan ook: neem iedere val bij een oudere serieus. Hoe sneller een heupfractuur wordt herkend en behandeld, hoe groter de kans op herstel en behoud van zelfstandigheid.

Bronnen, referenties

  • Bartelink, M. E. L., Bouma, M., Geerlings, S. E., Opstelten, W., & Rutten, G. E. H. M. (2024). NHG-Standaard Valpreventie bij ouderen. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
  • Integraal Kankercentrum Nederland. (2024). Heupfracturen bij ouderen en hersteltrajecten. Utrecht: IKNL.
  • Nederlandse Orthopaedische Vereniging. (2023). Richtlijn Proximale femurfracturen. Utrecht: NOV.
  • Protocollen Vilans. (2025). Valincidenten en triage bij ouderen. Utrecht: Vilans.
  • Richtlijnendatabase Federatie Medisch Specialisten. (2023). Proximale femurfracturen bij kwetsbare ouderen. Utrecht: Federatie Medisch Specialisten.
  • VeiligheidNL. (2024). Feiten en cijfers valincidenten bij ouderen. Amsterdam: VeiligheidNL.
  • Verenso. (2022). Praktijkrichtlijn valpreventie bij kwetsbare ouderen. Utrecht: Verenso.
  • World Health Organization. (2021). Step safely: Strategies for preventing and managing falls across the life-course. Genève: WHO.
Terug naar overzicht