Uitdroging ontstaat niet zomaar. Meestal is er sprake van één of meerdere oorzaken die ervoor zorgen dat het lichaam meer vocht verliest dan het binnenkrijgt. Bij ouderen spelen vaak verschillende factoren tegelijkertijd een rol. Juist daardoor kan een vochttekort zich langzaam ontwikkelen, zonder dat het direct opvalt.
Voor zorgverleners is het belangrijk om niet alleen naar de symptomen te kijken, maar ook naar de mogelijke oorzaak. Door de oorzaak te achterhalen, kan vaak worden voorkomen dat een cliënt opnieuw uitdroogt.
Te weinig drinken
De meest voorkomende oorzaak van uitdroging is simpelweg dat iemand te weinig drinkt. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk blijkt dit vaak minder eenvoudig dan het lijkt.
Veel ouderen:
- hebben minder dorst;
- vergeten te drinken;
- hebben moeite om zelf drinken te pakken;
- vinden drinken niet lekker;
- willen minder vaak naar het toilet.
Sommige cliënten drinken bewust minder omdat zij bang zijn voor incontinentie. Anderen vinden het vervelend om afhankelijk te zijn van hulp bij het toiletbezoek. Hierdoor ontstaat soms ongemerkt een vochttekort.
Warm weer
Tijdens warme zomerdagen verliest het lichaam veel extra vocht door zweten. Normaal gesproken wordt dit aangevuld door meer te drinken. Bij ouderen gebeurt dit vaak onvoldoende. Daardoor kan een warme periode van enkele dagen al leiden tot uitdroging.
Vooral tijdens temperaturen boven de 25 tot 30 graden neemt het risico sterk toe. Zorgverleners moeten tijdens warme dagen daarom extra alert zijn op veranderingen bij kwetsbare ouderen.
Koorts
Koorts verhoogt de lichaamstemperatuur. Hierdoor gaat het lichaam meer zweten. Ook de ademhaling versnelt vaak.
Beide zorgen ervoor dat extra vocht verloren gaat Bij ouderen kan een paar dagen koorts al voldoende zijn om uitdroging te veroorzaken.
Braken en diarree
Bij braken en diarree verliest het lichaam in korte tijd grote hoeveelheden vocht én belangrijke zouten. Vooral wanneer dit meerdere dagen aanhoudt, kan de situatie snel ernstig worden. Ouderen herstellen hiervan vaak minder snel dan jonge mensen.
Overmatig zweten
Niet alleen warm weer zorgt voor vochtverlies.
Ook:
- zware inspanning;
- een warme slaapkamer;
- dikke kleding;
- een warme woning
kunnen ervoor zorgen dat ouderen ongemerkt veel vocht verliezen.
Diabetes mellitus
Bij een hoge bloedsuiker probeert het lichaam overtollige glucose via de urine kwijt te raken. Hierdoor plast iemand vaker. Met de urine verdwijnt ook veel vocht. Daardoor kunnen mensen met diabetes sneller uitdrogen.
Nierproblemen
De nieren regelen de vochtbalans. Wanneer de nieren minder goed functioneren, wordt het moeilijker om de juiste hoeveelheid vocht vast te houden. Hierdoor ontstaat sneller een vochttekort.
Hartfalen
Mensen met hartfalen gebruiken regelmatig plastabletten. Deze medicijnen zorgen ervoor dat overtollig vocht wordt uitgeplast. Hoewel dit noodzakelijk is voor de behandeling van hartfalen, verhoogt het ook het risico op uitdroging. Daarom is een goede balans tussen vochtinname en medicatie belangrijk.
Dementie
Bij mensen met dementie spelen vaak meerdere problemen tegelijk.
Zij kunnen:
- vergeten te drinken;
- niet meer herkennen dat zij dorst hebben;
- geen initiatief nemen;
- een glas water niet meer herkennen.
Daardoor ontstaat soms ongemerkt een ernstig vochttekort.
Parkinson
Ook mensen met Parkinson lopen een verhoogd risico. Door trillen, vermoeidheid en slikproblemen kan drinken steeds moeilijker worden. Daarnaast bewegen sommige cliënten minder, waardoor zij minder vaak zelf drinken pakken.
Slikproblemen
Wanneer drinken moeilijk gaat, kiezen sommige ouderen ervoor om minder te drinken.
Dit gebeurt bijvoorbeeld bij:
- neurologische aandoeningen;
- CVA;
- Parkinson;
- spierziekten.
Hierdoor ontstaat gemakkelijk uitdroging.