E-learning
Gevolgen van ondervoeding
Bij ondervoeding gebruikt het lichaam reservevoorraden in vet- en spierweefsel. Het lichaam breekt dan niet alleen vetweefsel, maar ook spierweefsel af. Vooral de afbraak van spieren is nadelig. Dit heeft onder andere gevolgen voor het dagelijks functioneren en de zelfredzaamheid. Ook de kans om te vallen neemt toe. Andere gevolgen zijn: zich vlugger moe voelen, minder zin hebben om te eten, sneller en ernstiger ziek worden, langer nodig hebben om te herstellen na ziekte en moeilijkere wondgenezing.
Ondervoeding leidt tot een langzamer herstel bij ziekte. Als een zorgvrager ziek is of niet actief is kan ondervoeding leiden tot afname van gewicht en spiermassa. Dit kan leiden tot afname van de algehele conditie en hart- en longcapaciteit. Ook zorgt ondervoeding voor een verminderde afweer en vertraagde wondgenezing. Dit kan leiden tot decubitus. Daarnaast kan ondervoeding resulteren in depressiviteit.
Mogelijke gevolgen en symptomen van ondervoeding zijn dus:
- Afname van de kwaliteit van leven
- Verminderd algeheel gevoel van welbevinden: Je voelt zich lusteloos, futloos en is vaak kouwelijk.
- Minder kracht, evenwicht, en minder goed lopen: Door een afname in spiermassa en spierkracht.
- Vermoeidheid: Als gevolg van voedingsstoffen, een verminderde algehele conditie en verminderde hart- en longfunctie.
- Sneller ziek worden en verminderd herstel na ziekte en operaties: Door een verminderde immunologische afweer. Tijdens ziekte treden er ook vaker complicaties op.
- Vermoeidheid: Door een verminderde hart- en longcapaciteit.
- Decubitus en huidletsel: Als gevolg van een verminderde wondgenezing, een dunne en droge huid en een tekort aan voedingsstoffen.
- Botbreuken: Door vaker en sneller vallen.
- Droog en uitvallend haar: Door een tekort aan voedingsstoffen.