E-learning
Het zorgproces bij medicatie via slijmvliezen
Medicijnen geven via de slijmvliezen lijkt op het eerste gezicht simpel. Een druppel in het oog, een spray in de neus of een zetpil inbrengen: dat kan toch iedereen? Toch is het zorgproces hierbij veel uitgebreider. Als zorgverlener heb je te maken met intake, planning, uitvoering, evaluatie en samenwerking met andere zorgverleners. Ook moet je letten op hygiëne, veiligheid en de wensen van de cliënt.
In dit hoofdstuk leer je stap voor stap hoe het zorgproces eruitziet. We volgen het zorgprocesmodel, dat vaak wordt gebruikt in de verpleegkunde en verzorging. Dit model helpt jou om systematisch en zorgvuldig te werken.
1. De intake en het verzamelen van gegevens
Het zorgproces begint altijd met het verzamelen van gegevens. Je wilt weten wie de cliënt is, wat de klachten zijn en welke medicatie er nodig kan zijn.
Bijvoorbeeld: een oudere vrouw heeft last van benauwdheid door astma. Tijdens de intake vraag je welke medicijnen ze gebruikt, hoe vaak ze benauwd is en of ze haar inhalator goed kan gebruiken.
Waar let je op bij de intake?
-
Medische voorgeschiedenis: heeft de cliënt al medicijnen die via de slijmvliezen gaan?
-
Problemen bij toediening: kan iemand slikken, heeft hij een droge mond, is er schaamte bij vaginale zetpillen?
-
Zelfredzaamheid: kan de cliënt het medicijn zelf gebruiken of heeft hij hulp nodig? Je kunt hiervoor de BEM-score gebruiken.
-
Veiligheid: zijn er risico’s, zoals kans op verslikken bij sprays of verwondingen bij zetpillen?
Het doel van de intake is: een compleet beeld krijgen zodat de juiste keuzes worden gemaakt.
2. Indicatiestelling en zorgplanning
Na de intake volgt de indicatiestelling. Dit betekent dat een arts of verpleegkundige bepaalt of de cliënt het medicijn nodig heeft, in welke vorm en hoe vaak.
Voorbeeld: een arts schrijft een neusspray voor tegen hooikoorts. Jij als verzorgende of verpleegkundige krijgt de taak om deze medicatie correct te geven en te controleren of het effect heeft.
Daarna maak je een zorgplanning. Hierin staat:
-
Welke medicatie via welk slijmvlies wordt gegeven.
-
Hoe vaak per dag of per week.
-
Wie verantwoordelijk is: de cliënt zelf, de mantelzorger of jij als zorgverlener.
-
Wat de aandachtspunten zijn, zoals hygiëne of bijwerkingen.
De planning helpt om fouten te voorkomen en duidelijkheid te geven aan iedereen die bij de zorg betrokken is.
3. Uitvoering van de zorg
De uitvoering is vaak het meest zichtbare deel: het toedienen van de medicatie via de slijmvliezen. Maar dit moet altijd zorgvuldig gebeuren.
Voorbeelden per toedieningsvorm:
-
Oogdruppels: trek voorzichtig het onderste ooglid naar beneden, laat 1 druppel in de ruimte vallen en laat de cliënt even met het oog dicht zitten.
-
Neusspray: laat de cliënt het hoofd licht naar voren buigen, spuit in het neusgat en laat rustig inademen.
-
Zetpil: gebruik handschoenen, leg de cliënt op de zij, breng de zetpil voorzichtig in en vraag de cliënt om even stil te blijven liggen.
-
Sublinguale spray: vraag de cliënt de spray onder de tong te gebruiken en de mond gesloten te houden.
Algemene aandachtspunten:
-
Hygiëne: werk altijd met schone handen en handschoenen als dat nodig is.
-
Uitleg: leg de cliënt uit wat je doet en waarom.
-
Rust en privacy: zeker bij intieme toedieningsvormen, zoals rectale of vaginale medicatie.
-
Controle: kijk of het medicijn juist is toegediend en of de cliënt het goed verdraagt.
4. Evaluatie van de werking
Na de toediening is het belangrijk om te kijken of het medicijn doet wat het moet doen.
Voorbeeld:
-
Bij een pijnzetpil vraag je na een half uur of de pijn minder is geworden.
-
Bij een neusspray tegen allergie kijk je na een paar dagen of de cliënt minder klachten heeft.
-
Bij een inhalator controleer je of de benauwdheid afneemt.
Waar let je op?
-
Effectiviteit: werkt het medicijn voldoende?
-
Bijwerkingen: heeft de cliënt last van irritatie, diarree, misselijkheid of duizeligheid?
-
Zelfstandigheid: kan de cliënt de medicatie steeds beter zelf gebruiken?
De evaluatie bespreek je met de cliënt, maar ook met de arts of andere zorgverleners als dat nodig is.
5. Bijstellen van de zorg
Als blijkt dat de medicatie niet goed werkt, moet de zorg worden bijgesteld. Soms betekent dit dat de dosering verandert, of dat een ander medicijn wordt gekozen.
Voorbeeld: een vrouw gebruikt een vaginale crème tegen schimmelinfectie, maar ze krijgt veel irritatie. De arts besluit over te stappen op een vaginale zetpil.
Als zorgverlener is jouw taak: signalen doorgeven en overleggen met de behandelend arts of apotheker.
6. Samenwerken met mantelzorgers
In de ambulante zorg gebeurt medicatietoediening vaak thuis. Dan zijn mantelzorgers, zoals partners of kinderen, heel belangrijk.
Tips voor samenwerking:
-
Leg duidelijk uit hoe een medicijn moet worden toegediend.
-
Laat mantelzorgers oefenen en kijk of ze het goed doen.
-
Geef schriftelijke instructies mee.
-
Blijf bereikbaar voor vragen.
Praktijkvoorbeeld:
Een dochter zorgt thuis voor haar moeder die oogdruppels moet gebruiken. Jij als zorgverlener laat haar zien hoe ze dit veilig doet. Daarna kan de dochter dit zelfstandig overnemen.
7. Bijzondere aandachtspunten
Bij medicatie via de slijmvliezen zijn er een aantal extra aandachtspunten:
-
Privacy: bij rectale of vaginale medicatie kan de cliënt zich ongemakkelijk voelen. Zorg voor rust en respect.
-
Hygiëne: slijmvliezen zijn kwetsbaar en gevoelig voor infecties. Werk altijd schoon.
-
Veiligheid: sommige medicijnen werken heel snel (bijvoorbeeld nitroglycerine onder de tong). Houd de cliënt goed in de gaten.
-
Dossiervoering: noteer altijd nauwkeurig welke medicatie is gegeven, hoe de cliënt reageerde en of er bijzonderheden waren.
Samenvatting
Het zorgproces bij medicatie via de slijmvliezen verloopt in 5 stappen: intake, indicatie en planning, uitvoering, evaluatie en bijstelling. Als zorgverlener is het jouw taak om zorgvuldig en systematisch te werken, goed te communiceren met de cliënt en samen te werken met mantelzorgers en artsen.
Zo zorg je ervoor dat medicijnen veilig, effectief en met respect voor de cliënt worden toegediend.
Referenties (APA)
-
Boom Beroepsonderwijs. (2021). Anatomie en fysiologie voor de zorg. Boom uitgevers.
-
ThiemeMeulenhoff. (2020). Farmacologie en toedieningsvormen in de zorg. ThiemeMeulenhoff.
-
Noordhoff. (2019). Medicatie en verpleegkundige zorg: basisboek voor mbo en hbo. Noordhoff Uitgevers.
-
Van der Putten, A., & Verhoef, J. (2021). Farmacologie voor verpleegkundigen. Bohn Stafleu van Loghum.