Risico’s en complicaties bij medicatie via de slijmvliezen • Zuster-055

E-learning

Risico’s en complicaties bij medicatie via de slijmvliezen

Medicijnen via de slijmvliezen geven lijkt vaak eenvoudig. Een druppel in het oog of een spray in de neus lijkt onschuldig. Toch zijn er risico’s en complicaties waar je als zorgverlener altijd rekening mee moet houden. Omdat slijmvliezen kwetsbaar en gevoelig zijn, kan er sneller iets misgaan dan bij bijvoorbeeld een gewone tablet via de mond.

In dit hoofdstuk leer je welke risico’s er bestaan, hoe je complicaties kunt herkennen en wat je moet doen om ze te voorkomen of behandelen. We nemen je mee langs de belangrijkste situaties, steeds met praktijkvoorbeelden.


1. Waarom zijn slijmvliezen extra kwetsbaar?

Slijmvliezen zijn dun, vochtig en doorbloed. Dit maakt ze heel geschikt voor het opnemen van medicijnen, maar ook kwetsbaar. Er zijn drie redenen waarom complicaties hier sneller optreden:

  1. Dunne structuur – medicijnen kunnen snel worden opgenomen, maar ook irriteren.

  2. Veel zenuwen – kleine beschadigingen kunnen al pijn of branderigheid geven.

  3. Rijke doorbloeding – hierdoor werken medicijnen snel, maar kan er ook een grotere kans zijn op bijwerkingen.

Voorbeeld: een cliënt krijgt een neusspray tegen allergie. Na een week klaagt hij over een branderig gevoel en bloedneus. Dit komt doordat de slijmvliezen van de neus geïrriteerd zijn geraakt.


2. Risico’s bij oogmedicatie

Bij oogdruppels of oogzalven kunnen verschillende dingen misgaan.

  • Infectiegevaar: als het flesje of het tuutje het oog raakt, kunnen bacteriën het oog binnendringen.

  • Verkeerde toediening: de druppel komt soms op de wang terecht in plaats van in het oog.

  • Overdosering: meer dan één druppel tegelijk heeft geen zin, want het oog kan dit niet opnemen. Toch doen cliënten dit vaak, waardoor irritatie ontstaat.

  • Allergische reacties: sommige mensen krijgen rode, tranende ogen van conserveermiddelen in de druppels.

Praktijkvoorbeeld: Een oudere man met glaucoom krijgt dagelijks oogdruppels. Zijn dochter druppelt per ongeluk het flesje op de oogbol, waardoor het besmet raakt. Enkele dagen later krijgt hij een oogontsteking.


3. Risico’s bij neusmedicatie

Neussprays en neusdruppels werken vaak snel, maar kunnen ook problemen geven.

  • Uitdroging van slijmvliezen: bij langdurig gebruik kan de neus steeds droger worden.

  • Neusbloedingen: door irritatie van de vaatjes in de neus.

  • Gewenning: bij sommige neussprays, zoals xylometazoline, kunnen de neusgangen na een paar dagen alleen nog open blijven mét spray. Dit wordt ook wel “sprayverslaving” genoemd.

  • Verkeerd gebruik: de spray wordt soms in de verkeerde richting gespoten, waardoor het medicijn niet op het slijmvlies terechtkomt.

Voorbeeld: Een vrouw met chronische verkoudheid gebruikt wekenlang dagelijks een neusspray. Haar neus raakt juist verstopt zonder spray. Dit heet het “rebound-effect”.


4. Risico’s bij mond en keel

Medicatie via de mondslijmvliezen, zoals tabletten onder de tong (sublinguaal) of sprays in de mond, heeft ook aandachtspunten.

  • Snelle opname: dit is handig bij acute klachten (bijvoorbeeld angina pectoris), maar betekent ook dat fouten gevaarlijk kunnen zijn.

  • Irritatie: sommige sprays of zuigtabletten geven een branderig gevoel of zweertjes.

  • Verwarring: cliënten slikken de medicatie soms door in plaats van dat ze het onder de tong houden, waardoor het medicijn minder goed werkt.

Voorbeeld: Een cliënt krijgt nitroglycerine onder de tong bij pijn op de borst. Hij slikt het direct door met water, waardoor de werking veel minder snel optreedt.


5. Risico’s bij rectale medicatie (zetpillen)

Zetpillen zijn vaak effectief bij kinderen of mensen die niet kunnen slikken. Maar er zijn risico’s:

  • Onprettig of pijnlijk: cliënten ervaren vaak schaamte of ongemak.

  • Uitglijden: soms komt een zetpil er direct weer uit.

  • Irritatie: vooral bij vaak gebruik kan het slijmvlies van de endeldarm geïrriteerd raken.

  • Verkeerde inbrengwijze: soms wordt de zetpil niet diep genoeg ingebracht, waardoor deze niet goed werkt.

Voorbeeld: Een zorgvrager met koorts krijgt een zetpil, maar deze wordt niet diep genoeg ingebracht. Binnen enkele minuten ligt de zetpil weer in het bed.


6. Risico’s bij vaginale medicatie

Bij vaginale zetpillen of crèmes spelen andere factoren mee:

  • Schaamte en privacy: sommige vrouwen vinden het moeilijk dit zelf te doen.

  • Irritatie: vaginale crèmes kunnen een branderig gevoel geven.

  • Uitvloeien: soms loopt de medicatie weer naar buiten, waardoor het minder goed werkt.

  • Verwarring: sommige vrouwen verwarren een vaginale zetpil met een rectale zetpil.

Voorbeeld: Een cliënt met een schimmelinfectie gebruikt een vaginale capsule, maar brengt deze per ongeluk rectaal in. De behandeling werkt daardoor niet.


7. Algemene complicaties bij alle toedieningsvormen

Naast specifieke risico’s zijn er ook algemene complicaties:

  • Allergische reacties – huiduitslag, jeuk of zwelling.

  • Onjuiste dosering – te veel of te weinig medicatie geeft risico’s.

  • Onvoldoende hygiëne – kan leiden tot infecties.

  • Onvoldoende therapietrouw – cliënten vergeten medicatie of stoppen zelf voortijdig.

Voorbeeld: Een man krijgt mondspray tegen pijn bij kanker. Hij vindt de smaak vies en besluit zelf te stoppen, waardoor hij onnodig veel pijn lijdt.


8. Hoe kun je risico’s voorkomen?

Als zorgverlener kun je veel doen om risico’s en complicaties te voorkomen.

  1. Goede uitleg geven – vertel de cliënt hoe het medicijn gebruikt moet worden.

  2. Hygiënisch werken – gebruik handschoenen en let op schoon werken.

  3. Dossiervoering – noteer altijd wat je hebt gedaan en hoe de cliënt reageerde.

  4. Observeren – kijk naar de reactie van de cliënt en signaleer problemen.

  5. Samenwerken – overleg bij twijfel met arts of apotheker.


9. Wat doe je als het misgaat?

Soms gaat er toch iets fout. Dan is het belangrijk om:

  • Rustig te blijven en de cliënt gerust te stellen.

  • Te beoordelen hoe ernstig het probleem is.

  • Direct te handelen, bijvoorbeeld een arts bellen bij een allergische reactie.

  • Te rapporteren in het zorgdossier.

  • Te evalueren hoe het de volgende keer beter kan.

Voorbeeld: Een cliënt krijgt ernstige jeuk en benauwdheid na een neusspray. Jij stopt direct met de medicatie, belt de arts en noteert de reactie in het dossier.


Samenvatting

Medicatie via de slijmvliezen is effectief, maar ook kwetsbaar. Risico’s zijn onder andere irritatie, infectie, verkeerde toediening en allergische reacties. Als zorgverlener kun je veel complicaties voorkomen door hygiënisch te werken, goed uit te leggen en alert te observeren. Mocht er toch iets misgaan, dan is snel en adequaat handelen essentieel.


Referenties (APA)

  • Boom Beroepsonderwijs. (2021). Anatomie en fysiologie voor de zorg. Boom uitgevers.

  • ThiemeMeulenhoff. (2020). Farmacologie en toedieningsvormen in de zorg. ThiemeMeulenhoff.

  • Noordhoff. (2019). Medicatie en verpleegkundige zorg: basisboek voor mbo en hbo. Noordhoff Uitgevers.

  • Van der Putten, A., & Verhoef, J. (2021). Farmacologie voor verpleegkundigen. Bohn Stafleu van Loghum.