E-learning
Waarom is voedsel nodig voor ons?
Energie is je motor
Ons lichaam heeft energie nodig om te overleven. Energie wordt in Europa vaak in kilocalorieën uitgedrukt en in Amerika met kilojoule. Onze organen hebben de energie nodig om te kunnen functioneren. Denk aan je hart dat bloed moet pompen en nieren die het bloed filteren. Allemaal processen die belangrijk zijn om gezond te kunnen zijn.
Daarbij helpt energie ook bij het regelen van je lichaamstemperatuur, bij beweging en zelfs bij het verteren van voedsel. Bijvoorbeeld als jij een boterham met kaas eet, dan gaat het via kneedbewegingen door naar je maag via de slokdarm. Die kneedbewegingen hebben ook energie nodig. Zelfs het afbreken van die boterham met kaas heeft energie nodig. Dat komt door de enzymen die het voedsel afbreken.
Voedingsmiddelen bestaan altijd uit energie. Met voedingsmiddelen heb je een onderscheid in eten en drinken. Tegenwoordig heb je ook zoetstoffen die geen energie leveren of zo weinig dat het onvoldoende is voor je gezondheid. Je hebt drie grote voedingsstoffen die ook wel macronutriënten worden genoemd.
Koolhydraten zijn je energiestoffen
Koolhydraten heb je onderverdeeld in drie stoffen: (1) zetmeel, (2) suikers en (3) vezels. Zetmeel en vezels zijn het meest voedzaam. Daarbij is suiker het minst voedzaam. Met voedzaam wordt bedoeld dat je nauwelijks tot geen extra voedingsstoffen hebt bij het product. Denk hierbij aan vitaminen en/of mineralen! Een stuk fruit is een uitzondering. In een sinaasappel vind je bijvoorbeeld ook vitamine C of vezels.
In totaal leveren koolhydraten 4 kilocalorieën per gram op. Als jij een droge volkoren boterham eet, dan krijg je 12 gram koolhydraten binnen. Dan bestaat deze boterham uit 48 kilocalorieën koolhydraten. Aangezien een boterham ook uit een klein deel eiwit en vezels bestaat, is de boterham uiteindelijk ongeveer 70 kilocalorieën. Zo worden de totale kilocalorieën bepaald van alle voedingsstoffen op het voedingsetiket.
Jouw hersenen zijn gek op suiker
Jouw hersenen hebben glucose nodig dat van koolhydraten in het bloed terecht komt. Dat is de reden waarom je koolhydraten ook zou moeten eten. Naast het voordeel dat vezels voor je stoelgang hebben.

Eiwitten zijn je bouwers en versnellers
Daarnaast heb je ook eiwitten, jouw lichamelijke bouwstoffen. Dit zijn lastige stoffen om uit elkaar te halen. Eiwitten kun je 3D weergeven in programma’s, omdat ze zoveel chemische verbindingen hebben. Hieronder vind je een voorbeeld:
Een eiwit bestaat uit kleinere delen: aminozuren. Deze aminozuren zorgen voor opbouw en herstel van lichamelijke weefsels. Om deze 3D verbindingen uit elkaar te halen moet je lichaam hard werken. Dat is de reden waarom je ook meer kilocalorieën gebruikt bij het verteren van eiwit.
Eiwitten leveren ook 4 kilocalorieën per gram. Eet je 100 gram eiwit per dag? Dan krijg je 400 kilocalorieën via eiwit binnen.
Naast koolhydraten zijn eiwitten voedingsstoffen die na inname acuut een lichamelijke reactie veroorzaken op het lichaam. Denk aan je bloedsuikerspiegel en/of herstel van lichamelijke weefsels.

Dan heb je nog een voedingsstof die niet een acute reactie heeft op het lichaam: vetten.
Vetten zijn je rustige bouwers
Als laatste heb je de voedingsstof ‘vet’. Vet levert 9 kilocalorieën per gram en is de meest energierijke voedingsstof die je kunt vinden. Deze voedingsstof bestaat uit vetzuren. Net zoals aminozuren bij eiwit, verzorgen vetzuren bij vet voor lichamelijke processen. Denk aan: cholesterol regulering (LDL/HDL), aderen soepel houden en de opname van vitamine A/D/E/K. Zo wordt cholesterol altijd gemeten via het bloed door het totale cholesterol en LDL/HDL ratio te bepalen.
Je hebt een onderverdeling bij vetten in soorten: (1) transvet, (2) verzadigd vet, (3) enkel onverzadigd vet en (4) meervoudig onverzadigd vet. Transvet is het meest erg voor je cholesterol en daarna komt verzadigd vet. Deze verhogen het LDL cholesterol het meest. Daartegenover staan enkelvoudig- en meervoudig onverzadigd vetten. De HDL cholesterol wordt door deze vetten juist weer verhoogd. Hoe meer producten je eet met enkelvoudig- en meervoudig onverzadigd vet, hoe beter dat is. Denk hierbij aan: olie, vette vis, noten, enzovoorts.
Je kunt dus niet zonder vet in je voeding.

Nu weet je welke voedingsstoffen er zijn. Ze zijn allemaal onmisbaar voor je lichaam, maar niet in alle situaties kun je altijd alles eten. Daarover meer in het volgende hoofdstuk.
Referenties
- Kobylinska, M. Antosik, K., Decyk, A. & Kurowska, K. (2021) Malnutrition in obesity: is it possible? Obesity Facts
- Medicalnewstoday (2022) artikel ‘Malnutrition: what you need to know’ geraadpleegd op 24-7-2022 via: https://www.medicalnewstoday.com/articles/179316
- nl (n.b.) artikel ‘Hoe herken je ondervoeding’ geraadpleegd op 23-7-2022 via: https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen/ondervoeding.aspx
- WHO (2021) artikel ‘Malnutrition’ geraadpleegd op 24-7-2022 via: https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/malnutrition