Mag je de eerste druppel bloed gebruiken bij een bloedsuikermeting? • Zuster-055
Mag je de eerste druppel bloed gebruiken bij een bloedsuikermeting?

Mag je de eerste druppel bloed gebruiken bij een bloedsuikermeting?

Mag je bij een bloedsuikermeting de eerste bloeddruppel gebruiken? Lees wat de richtlijnen zeggen, wanneer je de eerste of tweede druppel gebruikt en hoe je betrouwbaar meet.

Een simpele vraag met een verrassend uitgebreid antwoord

Tijdens onze cursussen diabeteszorg en medicatieveiligheid krijgen we regelmatig de vraag:

“Moet je nu de eerste of de tweede bloeddruppel gebruiken bij een bloedsuikermeting?”

Het lijkt een klein detail. Een druppeltje bloed meer of minder, wat maakt dat nu uit?

Toch kan juist dit kleine detail invloed hebben op de betrouwbaarheid van de meting. En omdat behandelingen, medicatie en insuline vaak worden afgestemd op bloedglucosewaarden, is het belangrijk dat de meting zo nauwkeurig mogelijk wordt uitgevoerd.

Veel zorgverleners hebben ooit geleerd dat de eerste druppel bloed altijd weggeveegd moet worden. Anderen gebruiken juist altijd de eerste druppel. En dan zijn er ook cliënten die thuis zelfstandig meten en weer andere instructies hebben gekregen.

Wie heeft er gelijk? Eigenlijk allemaal een beetje.

Het antwoord hangt namelijk af van de situatie en van degene die de meting uitvoert.

In deze blog leggen we uit waarom we bloedglucosewaarden meten, wat diabetes precies is, waarom de eerste bloeddruppel soms wordt weggeveegd en wanneer je deze juist wel mag gebruiken.


Wat is diabetes eigenlijk?

Om te begrijpen waarom een nauwkeurige bloedsuikermeting belangrijk is, moeten we eerst kijken naar diabetes.

Wanneer we eten, worden koolhydraten afgebroken tot glucose. Deze glucose komt in het bloed terecht en dient als brandstof voor onze lichaamscellen.

Om glucose vanuit het bloed naar de cellen te transporteren maakt het lichaam insuline aan. Dit hormoon wordt geproduceerd door de alvleesklier.

Bij mensen zonder diabetes verloopt dit proces vrijwel automatisch. De bloedsuiker stijgt na een maaltijd en het lichaam maakt precies genoeg insuline aan om deze stijging weer op te vangen.

Bij diabetes werkt dit systeem niet goed.

Diabetes type 1

Bij diabetes type 1 valt het afweersysteem de insuline producerende cellen van de alvleesklier aan.

Daardoor wordt er nauwelijks of geen insuline meer geproduceerd.

Mensen met diabetes type 1 zijn daarom afhankelijk van insuline-injecties of een insulinepomp.

Diabetes type 2

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam vaak nog wel insuline aan, maar reageert het lichaam minder goed op deze insuline. Dit noemen we insulineresistentie.

Na verloop van tijd kan ook de insulineproductie afnemen.

De behandeling bestaat vaak uit leefstijlmaatregelen, tabletten en soms ook insuline.


Waarom meten we de bloedsuiker?

Een bloedglucosemeting geeft inzicht in de hoeveelheid glucose die op dat moment aanwezig is in het bloed.

Dat is belangrijk omdat te hoge én te lage bloedglucosewaarden risico’s met zich meebrengen.

Een te lage bloedsuiker

Een te lage bloedsuiker (hypoglykemie) kan leiden tot:

  • Zweten
  • Trillen
  • Hongergevoel
  • Verwardheid
  • Concentratieproblemen
  • Bewusteloosheid

Een te hoge bloedsuiker

Een te hoge bloedsuiker (hyperglykemie) kan leiden tot:

  • Dorst
  • Veel plassen
  • Vermoeidheid
  • Misselijkheid
  • Gewichtsverlies
  • Ontregeling van diabetes

Daarom meten zorgverleners en cliënten regelmatig de bloedglucosewaarde.

De uitkomst bepaalt vaak of iemand moet eten, extra insuline nodig heeft of juist behandeld moet worden voor een hypo.

Juist daarom is het belangrijk dat de meting betrouwbaar is.


Hoe werkt een bloedsuikermeting?

Bij een bloedsuikermeting wordt een klein druppeltje bloed afgenomen uit een haarvaatje.

Meestal gebeurt dit met een prik in de:

  • Ringvinger
  • Middelvinger
  • Pink

Bij voorkeur wordt geprikt aan de zijkant van de vingertop.

Deze plek bevat minder zenuwuiteinden en is daardoor minder gevoelig. Bovendien levert deze plaats meestal een mooie bloeddruppel op.

De bloeddruppel wordt vervolgens opgenomen door een teststrip.

De bloedglucosemeter analyseert het bloed en berekent binnen enkele seconden de glucosewaarde.

Klinkt eenvoudig.

Maar er zijn verschillende factoren die de uitslag kunnen beïnvloeden.


Waarom kan een bloedsuikermeting onbetrouwbaar zijn?

Veel mensen denken dat een bloedglucosemeter altijd exact dezelfde waarde geeft.

Dat is niet zo.

Zelfs een kleine vervuiling van de vingertop kan invloed hebben op de uitslag.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Resten van fruit
  • Suiker op de vingers
  • Handcrème
  • Zeepresten
  • Desinfectiemiddelen
  • Transpiratie
  • Vuil

Stel dat iemand vlak voor de meting een banaan heeft gegeten.

Zelfs wanneer de handen er schoon uitzien, kunnen kleine hoeveelheden suiker op de huid achterblijven.

Wanneer deze in contact komen met het bloedmonster kan de meter een hogere bloedglucosewaarde meten dan daadwerkelijk aanwezig is.

Dat kan gevolgen hebben voor de behandeling.


De eerste of de tweede bloeddruppel?

En dan komen we bij de grote vraag.

Mag je de eerste bloeddruppel gebruiken?

Het antwoord is:

 

Wanneer de cliënt zelf meet

Wanneer een cliënt zijn eigen bloedglucose meet en vooraf de handen goed heeft gewassen en gedroogd, mag de eerste bloeddruppel gebruikt worden.

Dit wordt ook wel zelfcontrole genoemd.

De kans op vervuiling is dan klein.

Het gebruik van de eerste bloeddruppel voorkomt bovendien onnodig extra druk op de vinger.

 

Wanneer een zorgverlener meet

Wanneer een zorgverlener de meting uitvoert, wordt geadviseerd de eerste bloeddruppel weg te vegen.

Vervolgens wordt de tweede bloeddruppel gebruikt voor de meting.

Dit advies bestaat omdat de kans op contaminatie groter is.

Een zorgverlener werkt gedurende de dag met verschillende materialen, cliënten en oppervlakken.

Ondanks goede handhygiëne bestaat er daardoor een grotere kans dat de eerste druppel verontreinigd raakt.


Waarom niet altijd de eerste druppel wegvegen?

Sommige zorgverleners vragen zich af waarom cliënten thuis wel de eerste druppel mogen gebruiken.

Het antwoord is simpel.

Wanneer iemand zelf meet:

  • Heeft hij zijn eigen handen gewassen.
  • Heeft hij zijn eigen prikmateriaal gebruikt.
  • Is de kans op vervuiling kleiner.

Daarom is het gebruik van de eerste bloeddruppel meestal voldoende betrouwbaar.

Lukt het niet om de handen goed te wassen?

Dan wordt ook bij zelfcontrole geadviseerd de eerste druppel weg te vegen en de tweede te gebruiken.


Een veelgemaakte fout: een verzorgend washandje gebruiken

In de praktijk zien we regelmatig dat zorgverleners de vingertop reinigen met een verzorgend washandje.

Dat lijkt handig.

Toch wordt dit afgeraden.

Verzorgende washandjes bevatten vaak:

  • Lotion
  • Olie
  • Verzorgende bestanddelen
  • Geurstoffen

Deze stoffen kunnen achterblijven op de huid en de meting beïnvloeden.

Daarom adviseren richtlijnen om de handen te wassen met warm water en zeep en deze goed af te drogen met een schone handdoek of wegwerphanddoek.


Waarom warme handen belangrijk zijn

Een mooie bloeddruppel ontstaat makkelijker wanneer de handen warm zijn.

Koude vingers geven regelmatig problemen.

De bloedvaten zijn dan vernauwd waardoor minder bloed beschikbaar is.

Ontstaat er geen geschikte bloeddruppel?

Dan kun je:

  • De handen wassen met warm water.
  • De arm even naar beneden laten hangen.
  • Een warme doek gebruiken.
  • Opnieuw prikken in een andere vinger.

Wat moet je juist niet doen?

Wanneer er onvoldoende bloed verschijnt, zien we regelmatig dat mensen stevig in de vinger gaan knijpen.

Dat is niet verstandig.

Door het stuwen van de vinger kan weefselvocht mengen met het bloed.

Hierdoor kan de uitslag minder betrouwbaar worden.


Waarom goede techniek belangrijk is

Een bloedglucosemeting lijkt misschien een eenvoudige handeling.

Toch is het een verpleegtechnische vaardigheid waarbij nauwkeurigheid essentieel is.

Een verkeerde uitslag kan leiden tot:

  • Onjuiste insulinedoseringen
  • Onnodige behandeling van een hypo
  • Het missen van een hyper
  • Verkeerde medische beslissingen

Juist daarom is het belangrijk om volgens richtlijnen te werken.


Conclusie

Mag je de eerste druppel bloed gebruiken bij een bloedsuikermeting?

Ja, maar niet altijd.

Voert een cliënt de meting zelf uit en zijn de handen goed gewassen? Dan mag de eerste bloeddruppel gebruikt worden.

Voert een zorgverlener de meting uit? Dan wordt geadviseerd om de eerste bloeddruppel weg te vegen en de tweede druppel te gebruiken.

Het lijkt een klein detail, maar juist deze werkwijze draagt bij aan een betrouwbare bloedglucosewaarde en veilige diabeteszorg.

Door aandacht te besteden aan handhygiëne, de juiste priktechniek en het correct gebruiken van de bloeddruppel, voorkom je meetfouten en kun je betere zorg leveren aan mensen met diabetes.

Bronnen, referenties

  1. EADV, & NAD. (2012). Een multidisciplinaire richtlijn over zelfcontrole van bloedglucosewaarden door mensen met diabetes. Utrecht: EADV.
  2. Nederlands Huisartsen Genootschap. (2018). NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2. Utrecht: NHG.
  3. Verenso. (2011). Verantwoorde diabeteszorg bij kwetsbare ouderen in thuissituatie, verzorgings- en verpleeghuizen. Utrecht: Verenso.
  4. Werkgroep KNMP/NVKC betrouwbaarheid glucose- en cholesterolmeters. (2011). Standaard werkvoorschrift bloedglucose bepalen door zorgverlener.
  5. Vilans. (2026). Bloedglucosewaarde meten. Geraadpleegd op 1 juni 2026.
Terug naar overzicht