Urine sticken in de ouderenzorg: waarom we er (bijna) mee moeten stoppen • Zuster-055
Urine sticken in de ouderenzorg: waarom we er (bijna) mee moeten stoppen

Urine sticken in de ouderenzorg: waarom we er (bijna) mee moeten stoppen

Waarom urine sticken bij ouderen meestal niet werkt, wat de risico’s zijn en hoe je urine volgens de richtlijnen wél goed opvangt en onderzoekt.

Een kritische blik op een hardnekkige gewoonte en hoe het wél moet

In de ouderenzorg wordt met regelmaat urine opgevangen en getest met een urine­teststrip. Het is een bekende handeling: een zorgvrager heeft klachten, er wordt gevraagd wat urine op te vangen, dippen de teststrip erin en lezen de gekleurde vakjes af. Zo doen we dat al jaren, maar is het wel zinvol?

Steeds meer onderzoeken en richtlijnen laten zien dat urine sticken, vooral bij ouderen en kathetergebruikers, vaak méér nadelen dan voordelen heeft. Het leidt tot verkeerde conclusies, onnodige antibioticabehandelingen en zelfs gezondheidsschade.

In deze uitgebreide blog lees je:

  • Wat urine sticken precies inhoudt

  • Waarom we urine testen

  • Waarom het bij ouderen vaak niet zinvol is

  • Waarom mensen met een katheter bijna altijd bacteriën in de urine hebben

  • De risico’s van onjuist gebruik van urineonderzoek

  • Wat de richtlijnen zeggen

  • Hoe je wél correct urine opvangt en test

  • Het juiste protocol (inclusief stappen bij kathetergebruikers)

  • Wanneer je juist niet moet sticken

  • Praktische adviezen voor in de zorg

Urine sticken

Wat is urine sticken?

Urine sticken betekent dat je een teststrip kort in verse urine houdt om te meten of bepaalde stoffen aanwezig zijn. Denk aan:

  • Leukocyten (witte bloedcellen)

  • Nitriet (afbraakproduct van bacteriën)

  • Eiwit

  • pH

  • Glucose

  • Ketonen

  • Bloed

Vooral leukocyten en nitriet worden gebruikt als mogelijke aanwijzing voor een urineweginfectie (UWI).

De test is goedkoop, makkelijk en snel, maar voor veel doelgroepen niet betrouwbaar.

Waarom testen we urine eigenlijk?

Urineonderzoek wordt gebruikt als eerste screening bij vermoedens van een urineweginfectie. Bij jonge, gezonde vrouwen met duidelijke klachten zoals:

  • Pijn of branderigheid bij het plassen

  • Frequente aandrang

  • Onderbuikpijn

…kan een teststrip helpen om de diagnose te ondersteunen.

Maar in de ouderenzorg is de situatie anders. Ouderen presenteren anders, en teststrips geven heel vaak een vals-positieve uitslag.

Toch blijft het een vaste gewoonte in de zorg.
Waarom?

  • Het geeft een gevoel van houvast

  • Het lijkt snelle diagnostiek

  • Het is routine

  • Het “bevestigt” vaak wat we toch al dachten

Maar richtlijnen zijn helder:
Bij ouderen met aspecifieke klachten moet je geen urine sticken.

Waarom urine sticken bij ouderen vaak niet zinvol is

Bij ouderen komt het extreem vaak voor dat de urine positief test, zonder dat er sprake is van ziekte. Dit heet asymptomatische bacteriurie.

Uit richtlijnen (NHG, Verenso) blijkt dat asymptomatische bacteriurie voorkomt bij:

  • 40–50% van vrouwen boven 70

  • 20–30% van mannen boven 75

  • 90–100% van mensen met een katheter

Dat betekent:

Urine testen bij ouderen levert bijna altijd een afwijkende uitslag op, terwijl er géén infectie is.

Waarom komt dit zo vaak voor?

  1. Verstoorde blaaslediging
    Veel ouderen kunnen hun blaas minder goed legen (bijv. door prostaatproblemen, neurologische ziekten).

  2. Veranderd immuunsysteem
    Bacteriën nestelen zich sneller en zonder klachten.

  3. Kathetergebruik
    Een katheter zorgt vrijwel altijd voor bacteriegroei.

  4. Vaginale flora verandert na menopauze
    Meer kans op kolonisatie.

  5. Chronische ziekten
    Diabetes, nierfalen en hartfalen veranderen urinekwaliteit.

Gevolg:

Een positieve teststrip betekent bij ouderen nergens iets voor, tenzij de cliënt duidelijke urinewegklachten heeft.

Dat concluderen alle relevante richtlijnen.

Mensen met een katheter: bijna altijd bacteriën zonder infectie

Bij mensen met een verblijfskatheter is bijna altijd bacteriegroei aanwezig, maar dit is géén infectie.

Volgens de NHG-standaard:

  • Binnen 48 uur na het plaatsen van een katheter is er bijna altijd bacteriële kolonisatie.

  • Bij langdurig gebruik is 100% van de kathetergebruikers gekoloniseerd.

  • Een positieve teststrip zegt niets over ziekte.

Wat zeggen de richtlijnen?

“Behandel asymptomatische bacteriurie bij kathetergebruikers niet.”
(NHG, Verenso)

Het is dus normaal dat:

  • urine troebel is

  • urine sterk ruikt

  • nitriet positief is

  • leukocyten verhoogd zijn

Dat wil niet zeggen dat iemand een infectie heeft.

Wanneer moet je wél alert zijn?

Alleen bij:

  • Koorts

  • Flankpijn

  • Rillingen

  • Acuut ziek zijn

  • Verwardheid in combinatie met andere symptomen

Ruikende urine of troebele urine zijn nooit redenen om te behandelen.

Urine-sticken-bij-katheter

Waarom verkeerd urine sticken tot foutdiagnoses leidt

Urine sticken zonder goede indicatie leidt tot:

  • Onnodige antibioticakuren

  • Toenemende antibioticarestantie

  • Bijwerkingen (delier, diarree, misselijkheid)

  • Onnodig onderzoek

  • Onterecht label “UWI” waardoor de echte oorzaak gemist wordt

  • Extra werkdruk voor zorgprofessionals

Een klassiek scenario:

Oudere is wat verward → urine getest → positief → antibioticum → geen verbetering → oorzaak blijkt dehydratie, obstipatie of delier.

Dit is zo herkenbaar dat het in richtlijnen expliciet wordt benoemd.

Wat zeggen de officiële richtlijnen

NHG-standaard Urineweginfecties (2020):

  • Urineonderzoek bij aspecifieke klachten bij ouderen is niet zinvol.

  • Behandel geen asymptomatische bacteriurie.

Verenso-richtlijn UWI bij kwetsbare ouderen:

  • Een teststrip is bij ouderen onbetrouwbaar als eerste screening.

  • Alleen gebruiken bij duidelijke urinewegklachten.

Vilans-protocollen:

  • Waarschuwen nadrukkelijk voor fout gebruik van urineonderzoek.

  • Adviseren juiste techniek voor afname van urine.

RIVM:

  • Onnodige antibiotica zijn een belangrijke bron van resistentie.

De boodschap is overal dezelfde:
Niet meer standaard urine sticken bij ouderen.

Wanneer moet je géén urine opvangen en testen?

Volgens NHG en Verenso niet bij:

❌ Verwardheid of gedragsverandering zonder urinewegklachten
❌ Vallen
❌ Troebele of sterk ruikende urine
❌ Donkere urine
❌ Verminderde intake of weinig drinken
❌ Kathetergebruik zonder duidelijke symptomen

Deze situaties zijn geen indicatie voor urineonderzoek.

Wanneer wél urine sticken?

Alleen bij duidelijke urinewegklachten, zoals:

✔ Branderigheid bij plassen
✔ Pijn in onderbuik of flank
✔ Plots frequente aandrang
✔ Koorts met urinewegklachten
✔ Acuut ziek zijn met urinewegklachten

Zonder deze symptomen heeft het testen géén waarde.

Hoe neem je urine wél goed af voor onderzoek?

De betrouwbaarheid van urineonderzoek valt of staat met de juiste afnametechniek.

Algemene regels:

  • Gebruik verse urine (binnen 2 uur).

  • Gebruik een steriel potje.

  • Raak de binnenkant nooit aan.

  • Lees de teststrip af volgens de juiste tijden.

Urine opvangen bij cliënten zonder katheter

Stappenplan (gebaseerd op Vilans-protocol):

  1. Was je handen, draag handschoenen.

  2. Leg alle materialen klaar.

  3. Laat de cliënt middenstroom urine opvangen.

  4. Sluit het potje direct.

  5. Test de urine binnen 2 uur.

  6. Dip de teststrip kort in de urine.

  7. Lees de kleuren af op de juiste tijd.

Middenstroom is belangrijk om vervuiling te voorkomen.

Urine opvangen bij cliënten mét katheter, het juiste protocol

Veel zorgprofessionals weten niet dat urine niet mag worden afgenomen uit de katheterzak. Die urine is:

  • oud

  • vervuild

  • niet representatief

En geeft daardoor vaak een fout-positief beeld.

Correct protocol (NHG, Verenso, Vilans):

A. Bij verblijfskatheter >48 uur:

  1. Katheter verwijderen.

  2. Nieuwe steriele katheter plaatsen.

  3. Eerste urine die binnenkomt opvangen.

  4. Urine testen met teststrip.

Waarom zo strikt?

  • Dit is de enige manier om verse, schone urine uit de blaas te krijgen.
  • Alles wat uit de zak komt, is per definitie vervuild.

B. Bij suprapubische katheter:

Zelfde werkwijze:

  • Oude eruit

  • Nieuwe erin

  • Eerste urine opvangen

  • Urine testen

Urine-opvangen-vanuit-katheter

Veelvoorkomende misverstanden in de ouderenzorg

“De urine ruikt sterk, dus er is een UWI.”

Onjuist. De geur zegt niets over infectie.

“Er zitten leukocyten in, dus er is een infectie.”

Bij ouderen heel normaal.

“Nitriet positief? Dan is er altijd een UWI.”

Bij ouderen en kathetergebruikers vaak fout-positief.

“De urine is troebel, dus ziek.”

Troebelheid komt vaak door kolonisatie, niet door infectie.

Wat kan er misgaan door onjuist urineonderzoek?

  • Onnodige antibiotica → resistentie

  • Delier door medicatie

  • Onnodige ziekenhuisopnames

  • Zwaardere belasting voor cliënt

  • Echte oorzaak wordt gemist

  • Extra werkdruk in de zorg

Daarom zijn richtlijnen tegenwoordig zo streng.

Conclusie: tijd om anders te denken over urine sticken

Urine sticken blijft een waardevol instrument — maar niet in de ouderenzorg als standaard handeling.

Gebruik urineonderzoek alleen wanneer er sprake is van duidelijke urinewegklachten. Neem urine op de juiste manier af en test deze correct.

Door bewuster om te gaan met urine sticken:

  • Worden minder mensen onnodig behandeld

  • Daalt het antibioticagebruik

  • Wordt de zorg veiliger

  • Hebben zorgprofessionals minder onnodige werkzaamheden

Dit is een verandering die écht verschil maakt.

Bronnen, referenties

  1. Nederlands Huisartsen Genootschap. (2020). NHG-Standaard Urineweginfecties. NHG.
  2. Verenso. (2018). Richtlijn Urineweginfecties bij kwetsbare ouderen. Verenso.
  3. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2023). Antibioticaresistentie en verantwoordelijk gebruik. RIVM.
  4. Vilans. (2024). Protocollen: Urine opvangen; Urineweginfectie; Katheterzorg. Vilans.
  5. European Association of Urology. (2023). EAU Guidelines on Urological Infections. EAU Guidelines Office.
  6. Gezondheidsraad. (2019). Appropriate use of diagnostics in primary care. Gezondheidsraad.
Terug naar overzicht