Hieronder bespreken we een aantal handelingen die volgens veel deskundigen meestal geen meerwaarde hebben in de stervensfase. Dit betekent niet dat ze nooit mogen worden uitgevoerd, maar wel dat ze niet standaard of automatisch gedaan moeten worden.
1. Geen zuurstof meer starten bij mensen die sterven
Veel mensen denken dat zuurstof helpt tegen benauwdheid. In de laatste levensfase werkt dit vaak niet meer zo. Benauwdheid ontstaat dan meestal niet door zuurstoftekort, maar door het natuurlijke stervensproces.
Zuurstof:
- Maakt het sterven niet makkelijker
- Kan prikkelend of koud aanvoelen
- Kan onrust geven door het apparaat of de slangetjes
Medicatie zoals morfine helpt in deze fase vaak veel beter tegen benauwdheid.
2. Stoppen met routinecontroles
Het meten van:
- Bloeddruk
- Zuurstofsaturatie
- Temperatuur
… draagt vaak niet meer bij aan comfort of behandeling. Voor de cliënt voelt het meten soms vervelend of storend. In plaats van te meten, kijk je naar signalen zoals:
- Pijn
- Onrust
- Verandering in ademhaling
- Comfortniveau
Zorgverleners kunnen hierdoor beter inspelen op wat iemand écht nodig heeft.
3. Wondzorg alleen als het pijn doet of lekt
Wonden die rustig zijn, dichtzitten of geen pijn geven hoeven vaak niet meer verbonden te worden. Het schoonmaken of verbinden kan namelijk pijn doen of juist irritatie veroorzaken.
Alleen wanneer een wond:
- Pijn doet
- Lekt
- Een nare geur heeft
- Voor druk zorgt
… is wondzorg nog nodig.
In de stervensfase staat comfort centraal, niet genezing.
4. Niet onnodig draaien (wisselligging)
Veel zorginstellingen werken met vaste wisselligging om doorligplekken te voorkomen. In de stervensfase kan veel draaien echter onrustig en pijnlijk zijn.
Het advies is:
- Alleen draaien wanneer iemand pijn heeft
- Alleen draaien bij beginnende doorligplekken
- Cliënt zoveel mogelijk in een prettige, rustige houding laten liggen
Comfort gaat boven preventie.
5. Geen onnodige onderzoeken meer
Bloedafnames, scans of andere onderzoeken leveren in de laatste levensfase meestal geen nieuwe behandelmogelijkheden meer op. Ze veroorzaken vaak stress, ongemak en verplaatsing, allemaal zaken die de laatste dagen zwaar maken.
Wanneer iemand stervende is, is het doel niet meer diagnose, maar comfort.