Waarom minder zorg soms beter is in de stervensfase • Zuster-055
Waarom minder zorg soms beter is in de stervensfase

Waarom minder zorg soms beter is in de stervensfase

In de stervensfase hebben veel medische handelingen weinig zin en kunnen ze zelfs onrust of pijn veroorzaken. Door minder te doen en te focussen op rust, comfort en goede symptoombestrijding, krijgt de cliënt een waardige en rustige laatste levensfase. Ook voor familie geeft dit meer duidelijkheid en rust.

Wanneer iemand in de laatste fase van het leven komt, verandert de zorg die we geven. Het doel is dan niet meer genezen, maar comfort, rust en waardigheid. Toch worden in de praktijk nog vaak handelingen gedaan die weinig toevoegen of juist onrust, pijn of vermoeidheid veroorzaken. Daarom is het belangrijk om te weten welke zorg wél helpt en welke je beter kunt weglaten.

Steeds meer experts benadrukken: in de stervensfase is “minder doen” vaak betere zorg. Hieronder lees je waarom dat zo is, welke handelingen weinig zin hebben, en hoe zorgverleners rust en comfort kunnen bieden aan cliënten en hun naasten.

Waarom minder soms meer is

1. Rust is belangrijker dan meten

In de laatste levensfase kan het meten van bloeddruk, saturatie of temperatuur weinig zin hebben. Deze waarden veranderen meestal niet meer op een manier die de behandeling nog beïnvloedt. Het controleren zelf kan wél onrust veroorzaken. Denk aan koude meetapparaten, harde piepjes of het aanraken van iemand die net ligt te slapen.

Voor iemand die stervende is, zijn rust, stilte en nabijheid vaak veel waardevoller dan medische apparaten.

2. Sommige behandelingen helpen niet meer

Veel handelingen die we in de zorg gewend zijn om te doen, zijn bedoeld om het lichaam te ondersteunen of klachten te voorkomen. In de stervensfase werkt dit anders. Het lichaam gaat langzaam achteruit, en sommige behandelingen hebben dan geen positief effect meer. Soms zorgen ze zelfs voor ongemak.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • Zuurstof geven bij mensen die bijna overlijden

  • Routinematige wondzorg bij wonden die niet meer pijnlijk of open zijn

  • Voeding of vocht toedienen als het lichaam dit niet meer kan verwerken

Het doel verandert: geen levensverlenging meer, maar het verminderen van lijden.

3. Meer tijd voor echte aandacht

Als je minder tijd kwijt bent aan controles en technische handelingen, ontstaat er meer ruimte voor persoonlijke zorg. Denk aan:

  • Een hand vasthouden

  • Erbij zitten

  • Luisteren naar wat iemand nog wil zeggen

  • Familie ondersteunen

  • Een rustige sfeer maken

Juist dit soort menselijk contact zorgt vaak voor troost, rust en een gevoel van veiligheid.

Welke handelingen kun je beter achterwege laten

Hieronder bespreken we een aantal handelingen die volgens veel deskundigen meestal geen meerwaarde hebben in de stervensfase. Dit betekent niet dat ze nooit mogen worden uitgevoerd, maar wel dat ze niet standaard of automatisch gedaan moeten worden.

1. Geen zuurstof meer starten bij mensen die sterven

Veel mensen denken dat zuurstof helpt tegen benauwdheid. In de laatste levensfase werkt dit vaak niet meer zo. Benauwdheid ontstaat dan meestal niet door zuurstoftekort, maar door het natuurlijke stervensproces.
Zuurstof:

  • Maakt het sterven niet makkelijker
  • Kan prikkelend of koud aanvoelen
  • Kan onrust geven door het apparaat of de slangetjes

Medicatie zoals morfine helpt in deze fase vaak veel beter tegen benauwdheid.

2. Stoppen met routinecontroles

Het meten van:

  • Bloeddruk
  • Zuurstofsaturatie
  • Temperatuur

… draagt vaak niet meer bij aan comfort of behandeling. Voor de cliënt voelt het meten soms vervelend of storend. In plaats van te meten, kijk je naar signalen zoals:

  • Pijn
  • Onrust
  • Verandering in ademhaling
  • Comfortniveau

Zorgverleners kunnen hierdoor beter inspelen op wat iemand écht nodig heeft.

3. Wondzorg alleen als het pijn doet of lekt

Wonden die rustig zijn, dichtzitten of geen pijn geven hoeven vaak niet meer verbonden te worden. Het schoonmaken of verbinden kan namelijk pijn doen of juist irritatie veroorzaken.

Alleen wanneer een wond:

  • Pijn doet
  • Lekt
  • Een nare geur heeft
  • Voor druk zorgt

… is wondzorg nog nodig.

In de stervensfase staat comfort centraal, niet genezing.

4. Niet onnodig draaien (wisselligging)

Veel zorginstellingen werken met vaste wisselligging om doorligplekken te voorkomen. In de stervensfase kan veel draaien echter onrustig en pijnlijk zijn.

Het advies is:

  • Alleen draaien wanneer iemand pijn heeft
  • Alleen draaien bij beginnende doorligplekken
  • Cliënt zoveel mogelijk in een prettige, rustige houding laten liggen

Comfort gaat boven preventie.

5. Geen onnodige onderzoeken meer

Bloedafnames, scans of andere onderzoeken leveren in de laatste levensfase meestal geen nieuwe behandelmogelijkheden meer op. Ze veroorzaken vaak stress, ongemak en verplaatsing,  allemaal zaken die de laatste dagen zwaar maken.

Wanneer iemand stervende is, is het doel niet meer diagnose, maar comfort.

Wat kun je wél doen

“Minder doen” betekent niet “niets doen”. De zorg verandert, maar blijft minstens zo waardevol. Hieronder staat wat wél zinvol en belangrijk is.

1. Pijn- en symptoombestrijding

Veelvoorkomende klachten in de stervensfase zijn:

  • Pijn
  • Angst
  • Benauwdheid
  • Onrust
  • Misselijkheid

Medicatie zoals morfine, midazolam of anti-misselijkheidsmiddelen kunnen veel verlichting geven.

Hierbij is goede communicatie met artsen belangrijk.

2. Mondzorg

Mensen drinken en eten vaak minder in de laatste fase. Daardoor kunnen lippen en mondslijmvlies uitdrogen, wat pijnlijk is.
Eenvoudige handelingen helpen al:

  • Mond sprayen
  • IJsbolletjes aanbieden
  • Lippen insmeren met vaseline
  • Mondholte voorzichtig reinigen

Dit levert vaak direct comfort op.

3. Creëer een rustige en veilige sfeer

  • Dim het licht
  • Zet zachte muziek op (als gewenst)
  • Zorg dat familie dichtbij kan zijn
  • Praat rustig
  • Gebruik rustige aanrakingen

Een kalme omgeving helpt iemand om ontspannen los te laten.

4. Betrek familie goed bij de zorg

Familie heeft vaak vragen zoals:

  • Wat gebeurt er nu precies?
  • Hoe lang duurt dit?
  • Doet het pijn?
  • Wat kan ik doen?

Door duidelijke uitleg te geven en hen te betrekken bij eenvoudige zorg — zoals hand vasthouden, lippen verzorgen, aanwezig zijn — voelen naasten zich minder machteloos.

5. Documenteer keuzes duidelijk

Een zorgplan helpt collega’s en familie te begrijpen:

  • Welke handelingen stoppen we?
  • Wat doen we nog wél?
  • Welke medicijnen worden ingezet?
  • Wat zijn de wensen van cliënt en familie?

Duidelijke afspraken voorkomen misverstanden en onnodige interventies.

Veelvoorkomende misverstanden

❌ “Maar we moeten toch alles doen wat kan?”

In de laatste levensfase is comfort belangrijker dan levensverlenging.
“Alles doen wat kan” leidt vaak tot:

  • Onrust

  • Pijn

  • Uitputting

Uitleg helpt: minder medische handelingen betekent niet minder zorg, maar andere zorg.

❌ “Zuurstof geeft iedereen toch verlichting?”

Niet in de stervensfase.
Benauwdheid komt dan meestal niet door een zuurstoftekort maar door het stervensproces. Medicatie helpt vaak beter en veroorzaakt minder discomfort.

❌ “Niet draaien? Maar dan krijgt iemand doorligplekken.”

In de laatste fase duurt het vaak maar kort voordat iemand overlijdt.
Comfort gaat altijd boven preventie.
Draaien doe je alleen als iemand pijn heeft of als er al een plek ontstaat.

Hoe ondersteun je familie in deze fase

Familieleden willen vaak graag iets doen, maar weten niet altijd wat. Je kunt hen helpen door:

  • Uit te leggen wat er gebeurt

  • Te vertellen wat helpt en wat niet

  • Rituelen of wensen te bespreken

  • Hen te laten helpen bij eenvoudige zorg

  • Te bevestigen dat aanwezigheid vaak het belangrijkste is

Voor veel naasten is het geruststellend om te horen dat rust en liefde het belangrijkste zijn, niet medische handelingen.

Familie

Samenvatting

In de laatste levensfase draait zorg niet meer om genezen, maar om rust, comfort en waardigheid. Veel handelingen die we normaal uitvoeren, hebben in deze fase weinig nut of geven zelfs onnodige belasting. Daarom is het belangrijk goed te kijken naar wat iemand écht nodig heeft.

Door minder te meten, geen zuurstof meer te starten, voorzichtig te zijn met wondzorg en alleen te draaien wanneer het nodig is, ontstaat er meer ruimte voor menselijke aandacht. Dit geeft rust aan de cliënt én aan de familie.

Goede palliatieve zorg betekent: luisteren, nabij zijn en lijden verlichten. Met kleine handelingen en veel aandacht kun je een groot verschil maken. Minder doen kan dan juist de beste zorg zijn.

Bronnen, referenties

  1. V&VN. (2024). Beter Laten-lijst: Adviezen voor passende zorg in de laatste levensfase. Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Geraadpleegd van https://www.venvn.nl
  2. Palliaweb. (z.d.). Richtlijn Stervensfase: Symptoombestrijding en comfortzorg. IKNL & PaTz-netwerk. Geraadpleegd van https://palliaweb.nl
  3. IKNL. (2023). Palliatieve zorg in Nederland: Handreiking voor professionals. Integraal Kankercentrum Nederland. Geraadpleegd van https://iknl.nl
  4. Nationale Zorggids. (2024). Nieuwe adviezen voor zorg in de palliatieve fase. Geraadpleegd van https://www.nationalezorggids.nl
  5. Headliner. (2024). Waarom minder medische handelingen soms betere zorg is in de laatste levensfase. Geraadpleegd van https://www.headliner.nl

Meer weten over palliatieve zorg?

Vol dan één van onze leerzame cursussen!

Terug naar overzicht