Het menselijk lichaam maakt normaal gesproken de hele dag door kleine hoeveelheden insuline aan. Dit noemen we de basisinsuline. Daarnaast maakt de alvleesklier extra insuline aan op de momenten dat we eten. Dit noemen we de maaltijdinsuline.
Wanneer iemand diabetes heeft, werkt dit systeem niet meer goed. Om dit natuurlijke proces zo goed mogelijk na te bootsen, zijn er verschillende soorten insuline ontwikkeld. Iedere soort heeft namelijk een eigen werkingssnelheid en werkingsduur.
Sommige insulines zijn bedoeld om de stijging van de bloedsuiker na een maaltijd op te vangen, terwijl andere insulines juist zorgen voor een stabiele bloedsuiker gedurende de dag en nacht.
De arts, diabetesverpleegkundige of behandelaar bepaalt welke soort insuline het beste past bij de situatie van de cliënt.
Ultrasnel werkende insuline
Ultrasnel werkende insuline wordt ook wel maaltijdinsuline genoemd. Deze insuline werkt heel snel en wordt meestal vlak voor of direct bij de maaltijd toegediend.
Het doel is om de snelle stijging van de bloedsuiker na het eten op te vangen.
Voorbeelden zijn:
- Insuline aspart
- Insuline lispro
- Insuline glulisine
Werking
- Begin werking: 10 tot 20 minuten
- Piekwerking: 1 tot 3 uur
- Totale werkingsduur: 3 tot 5 uur
Omdat deze insuline snel moet worden opgenomen, wordt deze bij voorkeur in de buik toegediend.
Snelwerkende (kortwerkende) insuline
Snelwerkende insuline wordt ook wel reguliere of humane insuline genoemd.
Deze insuline moet meestal 15 tot 30 minuten voor de maaltijd worden toegediend.
Voorbeelden zijn:
- Actrapid®
- Humuline Regular®
- Insuman Rapid®
Werking
- Begin werking: 30 tot 60 minuten
- Piekwerking: 2 tot 4 uur
- Totale werkingsduur: 6 tot 8 uur
Ook deze insuline wordt bij voorkeur in de buik toegediend, zodat de opname snel en voorspelbaar verloopt.
Middellang werkende insuline
Middellang werkende insuline zorgt voor een langere basiswerking gedurende de dag.
Deze insuline wordt vaak gecombineerd met maaltijdinsuline.
Een voorbeeld is:
Werking
- Begin werking: 1 tot 2 uur
- Piekwerking: 4 tot 12 uur
- Totale werkingsduur: 12 tot 18 uur
Omdat deze insuline juist geleidelijk moet werken, wordt deze meestal in het bovenbeen of de bil toegediend.
Langwerkende insuline
Langwerkende insuline wordt ook wel basale insuline genoemd.
Deze insuline zorgt voor een constante hoeveelheid insuline gedurende de dag en nacht.
Hierdoor blijft de bloedsuiker tussen de maaltijden en tijdens het slapen stabiel.
Voorbeelden zijn:
- Lantus® (insuline glargine)
- Abasaglar® (insuline glargine)
- Levemir® (insuline detemir)
- Toujeo® (insuline glargine)
Werking
- Begin werking: 1 tot 2 uur
- Piekwerking: geen duidelijke piek
- Totale werkingsduur: 18 tot 24 uur (sommige soorten zelfs langer)
Ook deze insuline wordt meestal in het bovenbeen of de bil toegediend, omdat deze plaatsen zorgen voor een langzamere en gelijkmatigere opname.
Mengvormen (insulinemix)
Sommige mensen gebruiken een combinatie van snelwerkende en middellang werkende insuline in één pen.
Dit noemen we menginsuline of insulinemix.
Het voordeel hiervan is dat er minder vaak geïnjecteerd hoeft te worden.
Omdat een menginsuline zowel een maaltijdwerking als een basiswerking heeft, gelden vaak deze adviezen:
- ‘s Ochtends in de buik: om de maaltijdwerking optimaal te benutten.
- ‘s Avonds in het bovenbeen: voor een rustigere en langdurigere opname gedurende de nacht.
De exacte adviezen kunnen per cliënt verschillen.
Waarom is de injectieplaats eigenlijk zo belangrijk?
Veel mensen denken dat insuline overal hetzelfde werkt. Dat is niet zo.
De injectieplaats heeft invloed op de snelheid waarmee de insuline wordt opgenomen.
Kortwerkende en ultrasnel werkende insuline
➡️ Buik
Waarom?
- Goede doorbloeding
- Snellere opname
- Meer voorspelbare werking
- Minder invloed van beweging
Middellang en langwerkende insuline
➡️ Bovenbeen of bil
Waarom?
- Minder snelle doorbloeding
- Langzamere opname
- Gelijkmatigere werking
- Stabielere basisinsuline
Hierdoor sluit de werking beter aan op het natuurlijke ritme van het lichaam.
Belangrijk: volg altijd het individuele behandeladvies van de arts, diabetesverpleegkundige en de lokale protocollen van de zorgorganisatie. Er kunnen per cliënt afwijkende adviezen gelden.