Wel of niet dompelen bij een PEG-sonde en suprapubische katheter? • Zuster-055
Wel of niet dompelen bij een PEG-sonde en suprapubische katheter?

Wel of niet dompelen bij een PEG-sonde en suprapubische katheter?

Dompelen en draaien bij een PEG-sonde of suprapubische katheter is niet altijd nodig en hangt af van het type hulpmiddel en de richtlijnen.
Weet wat je voor je hebt, volg het protocol en overleg bij twijfel om veilige zorg te bieden.

In de zorg doen we sommige handelingen al jarenlang op dezelfde manier. We leren ze tijdens onze opleiding en nemen ze mee in ons werk. Toch blijkt soms dat deze handelingen niet altijd nodig zijn en soms zelfs niet veilig.

Het draaien en dompelen van sondes en katheters is daar een goed voorbeeld van. Veel zorgmedewerkers hebben geleerd dat dit standaard bij de verzorging hoort. Maar nieuwe richtlijnen en inzichten laten zien dat dit niet altijd klopt. Het hangt af van het soort sonde of katheter en de situatie van de cliënt.

In deze blog leggen we duidelijk uit wanneer je wel en niet moet dompelen of draaien bij een PEG-sonde en een suprapubische katheter.

Veel leesplezier!

Maar eerst, de basis!

Voordat we antwoord geven op de vraag of je moet dompelen en draaien, is het belangrijk om eerst goed te weten waar we het eigenlijk over hebben. Wat is een PEG-sonde precies? En wat is een suprapubische katheter?

Wat is een PEG-sonde

Een PEG-sonde is een voedingssonde die via de buikwand rechtstreeks in de maag loopt. De afkorting PEG staat voor Percutane Endoscopische Gastrostomie. Dat is een medische naam voor een sonde die via een opening in de buik in de maag is geplaatst.

Een PEG-sonde wordt gebruikt bij mensen die niet goed of veilig genoeg via de mond kunnen eten of drinken, maar die wel een werkende maag en darmen hebben. Via deze sonde kan voeding, vocht en soms ook medicatie worden gegeven.

Aan de binnenkant van de maag zit vaak een fixatiesysteem, bijvoorbeeld een disk of een ballon. Aan de buitenkant zit ook een fixatieplaatje. Deze onderdelen zorgen ervoor dat de sonde op zijn plaats blijft.

Wanneer krijgt iemand een PEG-sonde?

Een PEG-sonde kan nodig zijn bij bijvoorbeeld:

  • slikproblemen

  • neurologische aandoeningen

  • langdurige voedingsproblemen

  • bepaalde vormen van kanker

  • situaties waarin gewone voeding tijdelijk of langdurig niet lukt

Niet elke PEG-sonde is hetzelfde. En juist dat is belangrijk bij de vraag of je wel of niet moet dompelen of draaien.

PEG-sonde | Maria Middelares

Wat is een suprapubische katheter?

Een suprapubische katheter, ook wel SPK genoemd, is een katheter die niet via de plasbuis, maar via de buikwand rechtstreeks in de blaas loopt.

De katheter wordt geplaatst via een kleine opening net boven het schaambeen. Via deze katheter loopt de urine uit de blaas naar een urineopvangzak.

Wanneer krijgt iemand een suprapubische katheter?

Een suprapubische katheter kan nodig zijn als iemand:

  • langdurig een katheter nodig heeft

  • problemen heeft met de plasbuis

  • een verblijfskatheter via de urethra niet goed verdraagt

  • een operatie of aandoening heeft waardoor deze manier beter of veiliger is

Een suprapubische katheter heeft als voordeel dat de plasbuis vrij blijft. Soms is dit prettiger voor de cliënt en geeft het minder irritatie.

Suprapubische katheter als houtje-touwtje-oplossing

Wat is nu dompelen en draaien eigenlijk

In de zorg hoor je vaak de woorden dompelen en draaien bij de verzorging van een sonde of katheter. Toch weet niet iedereen precies wat hiermee bedoeld wordt. Ook is het belangrijk om te weten dat deze handelingen niet altijd nodig zijn. Soms mogen ze zelfs niet worden uitgevoerd.

Daarom is het goed om eerst stil te staan bij de vraag: wat betekenen dompelen en draaien precies?

Wat is dompelen?

Met dompelen bedoelen we dat je een sonde voorzichtig een paar centimeter naar binnen duwt. Je doet dit zodat de binnenkant van de sonde, bijvoorbeeld de interne fixatiedisk, even loskomt van de maag- of darmwand.

Bij een PEG-sonde is dat meestal ongeveer 5 centimeter.
Bij een PEC-sonde gaat het meestal om 3 tot 4 centimeter.

Dompelen wordt gedaan om te voorkomen dat de sonde vast gaat zitten of ingroeit in het weefsel.

Wat is draaien?

Met draaien bedoelen we dat je de sonde of katheter rustig om de lengteas ronddraait. Meestal is dat een hele draai. Vroeger werd dit vaak gedaan om te voorkomen dat de sonde aan de huid of inwendige wand zou vastkleven.

Waarom werd dit vroeger vaak gedaan?

Jaren geleden werd vaak gedacht dat draaien en dompelen standaard hoorde bij de verzorging van sondes en katheters. Daar waren vooral twee redenen voor:

  • om te voorkomen dat de sonde zou ingroeien

  • om te voorkomen dat de sonde zou vastkleven

Dat klinkt logisch, maar inmiddels weten we dat dit niet voor elke sonde of katheter geldt. Bij sommige typen is dompelen juist belangrijk, terwijl draaien niet mag. Bij andere typen gelden weer andere afspraken.

Daarom is de regel tegenwoordig:
kijk altijd naar het soort sonde of katheter en volg het juiste protocol.

Dompelen-en-draaien (1)

Dompelen en draaien bij een PEG-sonde

Niet elke sonde is hetzelfde

In de praktijk wordt soms gesproken over “de PEG-sonde”, alsof er maar één soort bestaat. Dat klopt niet. Er zijn verschillende soorten sondes en elk type heeft eigen aandachtspunten.

Dat betekent ook dat de regels voor dompelen en draaien kunnen verschillen.

Hieronder staat een duidelijk overzicht.

1. PEG-sonde met interne fixatiedisk

Bij dit type sonde zit aan de binnenkant een fixatiedisk. Deze disk ligt tegen de maagwand aan en houdt de sonde op zijn plek.

Wat mag je doen?

  • Dompelen: ja

  • Draaien: nee

Waarom wel dompelen?

Door de sonde voorzichtig naar binnen te duwen, komt de fixatiedisk even los van de maagwand. Dat helpt om te voorkomen dat de disk in de maagwand groeit.

Waarom niet draaien?

Draaien kan zorgen voor irritatie of beschadiging van het weefsel. Daarom wordt dit bij een PEG-sonde met interne fixatiedisk niet gedaan.

2. PEJ-sonde

Een PEJ-sonde is een sonde die verder doorloopt tot in het jejunum. Dat is een deel van de dunne darm. Deze sonde wordt gebruikt als voeding niet goed in de maag kan blijven of als voeding direct in de darm nodig is.

Wat mag je doen?

  • Dompelen: ja

  • Draaien: nee

Ook hier geldt dat dompelen soms nodig is, maar draaien niet.

PEJ sonde (Folder) - Catharina Ziekenhuis

3. PEG-J sonde

Een PEG-J sonde is een combinatie van een PEG en een jejunumsonde. De sonde komt via de buik in de maag, maar loopt verder door naar de dunne darm.

Wat mag je doen?

  • Dompelen: ja

  • Draaien: nee

Ook bij deze sonde is voorzichtig handelen belangrijk. Draaien is niet de bedoeling.

4. PEC-sonde

Een PEC-sonde is een sonde die in de dikke darm wordt geplaatst. Deze sonde wordt minder vaak gezien dan een PEG-sonde, maar vraagt wel om duidelijke zorgafspraken.

Wat mag je doen?

  • Dompelen: ja, meestal 3 tot 4 cm

  • Draaien: nee

Bij een PEC-sonde is de afstand van het dompelen dus kleiner dan bij een PEG-sonde.

5. Sonde met fixatieballon

Sommige sondes hebben geen vaste interne disk, maar een ballon. Deze ballon houdt de sonde van binnen op zijn plaats.

Wat mag je doen?

  • Dompelen: volgens afspraak

  • Draaien: ja

Omdat een ballon anders werkt dan een vaste disk, kunnen de afspraken hier anders zijn. Het is belangrijk om goed te weten welk type sonde de cliënt heeft en wat hierover is afgesproken.

6. Button

Een button is een korte, laagprofielsonde die dicht op de huid zit. Deze valt minder op dan een gewone PEG-sonde en wordt vaak gebruikt als de fistel al goed gevormd is.

Wat mag je doen?

  • Draaien: volgens afspraak

  • Dompelen: meestal niet nodig

Ook hier geldt: volg altijd de instructies van de behandelaar of het protocol.

7. Jejunostomiesonde

Dit is een sonde die rechtstreeks in de dunne darm ligt.

Let op:

  • Niet dompelen

  • Niet draaien

Dit is een belangrijke uitzondering. Bij een jejunostomiesonde kunnen dompelen en draaien schade veroorzaken. Daarom mag je deze handelingen niet zomaar uitvoeren.

Waarom is dompelen bij sommige PEG-sondes belangrijk?

Bij sommige PEG-sondes is dompelen een belangrijk onderdeel van de verzorging. Dat heeft vooral twee redenen.

1. Voorkomen van buried bumper syndrome

Een bekende complicatie is het buried bumper syndrome. Dat betekent dat de interne fixatiedisk in de maagwand groeit. De disk komt dan als het ware vast te zitten in het weefsel.

Dat kan zorgen voor:

  • pijn

  • roodheid

  • lekkage

  • problemen met het geven van voeding

  • infectie

  • een sonde die niet meer goed bruikbaar is

Door op de juiste manier te dompelen, verklein je de kans dat dit gebeurt.

2. De sonde beweeglijk houden

Een sonde die te lang op dezelfde plek strak tegen de wand ligt, kan vast gaan zitten. Door voorzichtig te dompelen, blijft de sonde mobiel en voorkom je verkleving.

Hoe vaak moet je dompelen?

Er is niet voor elke cliënt één vaste regel. De frequentie hangt af van:

  • het type sonde

  • de plaatsingsduur

  • de conditie van de insteekopening

  • de afspraken van de behandelaar

Vaak gebeurt dompelen bijvoorbeeld:

  • één keer per dag

  • of een paar keer per week

De belangrijkste regel is:
doe dit volgens afspraak met de behandelaar en volgens het geldende protocol.

Wanneer moet je niet dompelen?

Dompelen is niet altijd veilig. Er zijn situaties waarin je dit juist niet moet doen.

Dompel in ieder geval niet zomaar als:

  • de sonde net geplaatst is

  • de cliënt pijn heeft bij bewegen

  • er roodheid, irritatie of ontsteking is

  • je weerstand voelt bij het naar binnen duwen

  • er twijfel is over het type sonde

  • er geen duidelijke afspraak is in het dossier of protocol

Bij twijfel geldt altijd: stop en overleg.

Dompelen en draaien bij een suprapubische katheter

Bij een suprapubische katheter ontstaat vaak verwarring. Sommige zorgverleners hebben geleerd dat je de katheter af en toe moet bewegen, draaien of dompelen. Anderen hebben juist geleerd dat je ervan af moet blijven.

Wat is nu juist?

Wat zeggen de richtlijnen?

In de richtlijnen wordt niet standaard beschreven dat een suprapubische katheter gedraaid of gedompeld moet worden voor de vorming van een goede fistel.

Dat is belangrijk om te weten. Want in de praktijk wordt soms nog wel gedacht dat dit altijd nodig is.

Waarom wordt het dan soms toch gedaan?

Sommige behandelaren schrijven nog voor dat de katheter bewogen moet worden. Het idee daarachter is vaak dat dit zou helpen bij het vormen of openhouden van de fistel.

Maar dit is geen algemene standaardregel in richtlijnen. Daarom mag je dit niet automatisch bij elke cliënt doen.

Wat doe je dan in de praktijk?

Bij een suprapubische katheter geldt:

  • niet standaard draaien

  • niet standaard dompelen

Alleen als de behandelaar dit uitdrukkelijk heeft afgesproken, mag je hiervan afwijken.

Vraag dan altijd duidelijk na:

  • mag deze katheter bewogen worden?

  • zo ja, hoe vaak?

  • hoe ver mag dit?

  • vanaf welk moment na plaatsing mag dit?

Werk dus nooit op gewoonte, maar op afspraak.

Waarom moet je voorzichtig zijn bij een suprapubische katheter?

Een suprapubische katheter loopt door een fistel van de huid naar de blaas. Als je onnodig of verkeerd aan de katheter beweegt, kan dat problemen geven.

Denk aan:

  • beschadiging van de fistel

  • pijn

  • lekkage van urine

  • irritatie van de insteekopening

  • infectie

  • onrust of angst bij de cliënt

Voorzichtig en bewust handelen is dus belangrijk.

How to change a suprapubic catheter effectively

Veelvoorkomende misverstanden in de praktijk

In de dagelijkse zorg worden sommige dingen van collega op collega doorgegeven. Dat is begrijpelijk, maar niet alles wat “altijd zo gedaan werd” is ook juist.

Hieronder staan een paar veelvoorkomende misverstanden.

Misverstand 1: je moet alles altijd draaien

Dat is niet waar. Niet elke sonde of katheter mag gedraaid worden.

Misverstand 2: dompelen hoort er altijd bij

Ook dat klopt niet. Bij sommige sondes is dompelen juist niet nodig of niet toegestaan.

Misverstand 3: een suprapubische katheter moet je draaien voor een goede fistel

Dit staat niet standaard in de richtlijnen. Alleen doen als de behandelaar dit voorschrijft.

Misverstand 4: alle PEG-sondes zijn hetzelfde

Dit is een grote fout. Juist het type sonde bepaalt wat je wel en niet mag doen.

Veilig werken in de praktijk

Goede zorg begint met goed kijken, goed lezen en goed overleggen. Bij het verzorgen van een PEG-sonde of suprapubische katheter is het belangrijk om niet zomaar op routine te werken.

Stap 1: weet welk type sonde of katheter de cliënt heeft

Vraag jezelf altijd af:

  • Is dit een PEG met disk?

  • Een ballonsonde?

  • Een button?

  • Een jejunostomiesonde?

  • Een suprapubische katheter?

Zonder die informatie kun je niet veilig beslissen wat je moet doen.

Stap 2: volg het protocol

Gebruik altijd het geldende protocol van de organisatie en kijk naar de actuele richtlijnen.

Stap 3: observeer goed

Let op signalen zoals:

  • pijn

  • roodheid

  • lekkage

  • zwelling

  • korstvorming

  • weerstand bij bewegen

  • verandering in comfort van de cliënt

Stap 4: overleg bij twijfel

Twijfel je? Overleg dan met:

  • de behandelend arts

  • verpleegkundig specialist

  • aandachtsvelder

  • sonde- of wondverpleegkundige, als die betrokken is

Twijfel is geen teken van zwakte. Het is juist een teken van veilig werken.

Conclusie

De vraag of je moet dompelen of draaien bij een PEG-sonde of suprapubische katheter is niet simpel met ja of nee te beantwoorden.

Het juiste antwoord hangt af van:

  • het soort sonde of katheter

  • de afspraken met de behandelaar

  • het protocol van de organisatie

  • de toestand van de cliënt

Bij PEG-sondes geldt vaak dat dompelen wel belangrijk kan zijn, maar draaien meestal niet.
Bij een suprapubische katheter geldt juist dat draaien en dompelen niet standaard wordt gedaan.

De belangrijkste les is daarom:
kijk niet alleen naar wat je gewend bent, maar werk volgens actuele afspraken en richtlijnen.

Tot slot

In de zorg is routine soms handig, maar routine mag nooit belangrijker worden dan veilige en goede zorg. Wat vroeger normaal leek, is nu soms veranderd. Daarom is het belangrijk om te blijven leren, kritisch te kijken en vragen te stellen.

Zo zorg je ervoor dat je niet alleen handelt zoals het altijd ging, maar zoals het op dit moment het beste is voor de cliënt.

Bronnen, Referenties

Terug naar overzicht